Eigen en to owe, ought, own

Ons woord eigen heeft een bijzondere oorsprong. Het stamt af van een Germaans werkwoord dat in het Nederlands verloren is gegaan en hebben, bezitten betekende: *aiganą.

Van de stam van dat werkwoord, *aig-, is ook vracht afgeleid. De Germaanse voorloper daarvan, *fra-aihtiz, betekende bezit, eigendom. Later ontstond via de tussenstap vrachtgeld de huidige betekenis lading.

*Aiganą heeft ook de Engelse woorden to owe, ought en own opgeleverd. Het bijzondere is dat die woorden ooit respectievelijk de infinitief, de verleden tijd en het voltooid deelwoord waren van één en hetzelfde werkwoord, en zich in de loop der tijd van elkaar hebben afgesplitst. Hoe dat precies is gegaan, vertel ik in deze blogpost. Ook kom je te weten hoe de vormen van *aiganą hadden geklonken als ze ook in onze taal nog hadden bestaan.

To owe
In het Oudengels was *aiganą veranderd in āgan. De verleden tijd was āhte en het voltooid deelwoord (ġe)āgan. Het woord betekende – net als in het Germaans – hebben, bezitten. Het werd veel gebruikt in de constructie āgan tō ġieldenne: terug te betalen hebben. Die constructie werd mettertijd zo frequent dat het woord voor terug te betalentō ġieldenne – weggelaten kon worden en āgan zelf de betekenis verschuldigd zijn kreeg, zoals in iemand geld verschuldigd zijn. Dat is de enige betekenis die is overgebleven in het huidige Engels, zoals in to owe money to someone.

Ought
De verleden tijd van āgan ontwikkelde zich van āhte tot ought. De vorm kreeg naast was verschuldigd ook de betekenis zou moeten. Die betekenissen liggen immers dicht bij elkaar: als je het iemand verschuldigd bent om te komen helpen, zou je die persoon simpel gezegd moeten komen helpen.

Na de periode van het Middelengels gebeurde er iets bijzonders: de vorm ought hield alleen de betekenis zou moeten over, splitste zich af van to owe en ging een eigen leven leiden. To owe kreeg er een nieuwe verleden tijd voor in de plaats: owed.

Own
Ook het voltooid deelwoord dat bij dat werkwoord hoorde, heeft zich afgesplitst. In het Oudengels betekende (ġe)āgan al zowel gehad als eigen. De betekenis gehad is nu verdwenen en als voltooid deelwoord van to owe is own dus vervangen door owed. Alleen de betekenis eigen is nog over – en het daar weer van afgeleide werkwoord bezitten.

Eigen
Nu komen we ons bij ons eigen woord eigen. Dat is een afleiding van het Proto-Germaanse voltooid deelwoord van *aiganą.1 Eigen betekende dus ooit gehad, in het bezit gekomen.

Egen, hij/zij eeg, echt, geëgen
Op eigen na is het werkwoord *aiganą uit het Nederlands verdwenen. Maar hoe had het geklonken als het nog had bestaan? De Proto-Germaanse *ai is in het Nederlands een e geworden. *Braidaz werd bijvoorbeeld breed, en taikną veranderde in teken. *Aiganą zou dus egen geworden zijn. Het voltooid deelwoord *aiganaz zou geëgen opgeleverd hebben. (Het voorvoegsel ge- is van een latere periode.)

Een bijzonderheid is dat egen in de derde persoon enkelvoud niet hij/zij eegt zou zijn geweest, maar hij/zij eeg. De -t zou dus hebben ontbroken, net als bij hij/zij kan, zal en mag. Al deze werkwoorden gaan namelijk terug op oude verledentijdvormen en die hebben ook geen -t: hij/zij zag, stal etc.2

Hoe zou de verleden tijd *aihtǭ in het hedendaagse Nederlands geklonken hebben? Het werkwoord behoort tot een groep die in de verleden tijd haar -e is kwijtgeraakt: mocht, kocht, zocht, bracht, dacht. In het Middelnederlands was de -e er nog wel: mochte, brachte etc. In plaats van echte zou het dus echt zijn geweest. En vanwaar die korte klinker in echt tegenover egen? Voor het cluster -cht zou de klinker verkort zijn, net zoals in kocht tegenover kopen – in plaats van koocht. Vergelijk ook het woord licht (niet zwaar), dat van *līhtaz met een lange ī komt en zonder de verkorting lijcht was geworden. Vergelijk het Duitse leicht en het Engelse light.

  1. Eigen kan echter niet van het reguliere voltooid deelwoord *aiganaz komen, want dan was het egen geweest: de *ai is bij ons in een e veranderd. (Zie verderop in de tekst.) Het moet van de variant *aiginaz komen, met een i, want alleen voor een i in de volgende lettergreep veranderde *ai in ei, zoals in *klainiz > klein.
  2. In het Proto-Germaans was *aiganą een zogenoemd preteritopresens, net als de Proto-Germaanse voorlopers van onze woorden kunnen, zullen, mogen, weten en moeten. Een preteritopresens is een werkwoord dat afgeleid is van een oude verledentijdsvorm. De vorm *aih betekende in het Proto-Geermans gewoon ik bezit, maar was oorspronkelijk een verleden tijd zoals *raid (ik reed, heb gereden) en *bilaib (ik bleef, ben gebleven). Het had dus ooit de betekenis ik ben in het bezit gekomen van gehad, net zoals kunnen had betekend: ik heb geleerd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: