De carrière van de tilde

Een opvallende letter in het Spaanse alfabet is de ñ. Hij heeft een eigen naam, eñe, een toets op Spaanse toetsenborden, en het teken dat hem van de normale n onderscheidt, de tilde, heeft zelfs een plek in het logo van het Instituto Cervantes, een organisatie die zich inzet voor de verspreiding van de Spaans- en Spaans-Amerikaanse cultuur.

Schoolkinderen die Spaans als tweede taal leren, krijgen de waarschuwing dat ze de tilde niet moeten vergeten, want dan zouden ze van Cuantos años tienes? (Hou oud ben je?) zomaar Cuantos anos tienes? (Hoeveel anussen heb je?) maken. De tilde wordt in het huidige Spaans gebruikt om de nj-achtige medeklinker /ɲ/ te onderscheiden van de n /n/.

Hoe is dat golfje op die ñ terechtgekomen? In dit artikel bekijken we de carrière van de tilde in het Spaans én in het Portugees. Want ondanks dat de Portugese tilde voor heel andere klanken gebruikt wordt – voor een nasale ã en õ – heeft hij exact dezelfde oorsprong als de Spaanse.

Middeleeuwse afkortingen
Boeken waren in de middeleeuwen niet goedkoop. Perkament was duur en er ging veel tijd zitten in het schrijven, want alles moest met de hand gedaan worden. Om perkament en tijd te besparen ontwikkelden scribenten afkortingen:

Bron: Wikimedia Commons (DerSpezialist)

Een van de vele afkortingstekens was de tilde. Onder meer op het Iberisch schiereiland werd dat teken gebruikt als afkorting voor een n of m. Zo werd het Latijnse quam afgekort als quã en tantum als tãtũ.

De Spaanse dubbele n en l
Om de Spaanse letter ñ te verklaren moeten we terug naar het Latijn. In het Latijn waren er dubbele medeklinkers: medeklinkers die niet alleen dubbel geschreven werden, maar ook dubbel zo lang uitgesproken werden. Annum (jaar) werd dus met een lange n uitgesproken, zoals het huidige Italiaanse anno, en castellum (kasteel) met een lange l. In de West-Romaanse talen verdwenen de lange medeklinkers al vroeg. In de meeste gevallen werden ze versimpeld: littera veranderde bijvoorbeeld in letra in het Spaans en Portugees.

In het Spaans gebeurde er in twee gevallen iets speciaals. De lange /nn/ en /ll/ palataliseerden. Dat wil zeggen: ze werden niet meer met de tong achter de voortanden uitgesproken, maar met de tong op het palatum, het harde gehemelte, waar je ook de /j/ uitgespreekt. De uitspraak van annum en castellum werd ongeveer a-njo (fonetisch /aɲo/) en kas-tjé-ljo (/kasti̯eʎo/). Voor die nieuwe palatale medeklinkers /ɲ/ en /ʎ/ had het Latijnse alfabet geen letters. Daarom werden deze woorden gewoon geschreven met de dubbele medeklinker die ze in het Latijn hadden: anno en castiello.

De dubbele n en l bleken een handige manier om ook Spaanse gevallen van /ɲ/ en /ʎ/ weer te geven die een heel andere herkomst hadden dan een Latijnse /nn/ en /ll/, zoals de /ɲ/ in cunnado (< cognātum: zwager), sennor (< seniōrem: heer) en banno (< balneum: badkamer), en de /ʎ/ in llamar (< clāmāre: roepen, noemen). De nn en ll kregen dus een eigen functie.

Van afkorting tot nieuwe letter
De /ʎ/ en zijn regionale uitspraakvarianten worden nog steeds met een dubbele l geschreven: castillo. De ll is zelfs van 1754 tot 2010 beschouwd als aparte letter.

Met de /ɲ/ gebeurde iets anders. Denk terug aan de middeleeuwse afkortingen: om een n af te korten kon de tilde gebruikt worden. Anno werd dus veelvuldig afgekort als año. Op den duur veroverde die ñ een vaste plek in de Spaanse spelling, doordat hij niet meer opgevat werd als afkorting van nn maar als speciale letter voor de /ɲ/-klank. Hij voorzag in de behoefte om een klank met één letter te schrijven.

Onderstaand schema vat de ontwikkeling in de Spaanse schrijftaal samen. Daarna gaan we naar het Portugees.

De Portugese verdwijning van l en n
Typisch voor het Portugees is dat het de Latijnse /l/ en /n/ verloor als die klanken tussen klinkers stonden. Dat maakt Portugese worden minder herkenbaar voor wie bekend is met het Latijn of met een andere Romaanse taal. Neem het Latijnse colōrem (kleur): dat werd couleur in het Frans, colore in het Italiaans, color in het Spaans, maar cor zonder l in het Portugees.

Waar een Latijnse /n/ wegviel, liet hij een spoor na: hij maakte de voorafgaande klinker nasaal. Zo veranderde het Latijnse lāna (wol) in het Oudportugees in een woord waarvan het stuk -an- werd uitgesproken als het Franse an, dus met een nasale a en zonder de medeklinker /n/. Wie destijds kon schrijven, was bekend met het Latijn en noteerde die nasale klinkers in eerste instantie gewoon met de Latijnse n, ook al hoorde je die niet meer: lana.

Een handige tilde
Net als Spaanstalige scribenten bedienden Portugeestalige zich van de tilde om woorden met een n of m af te korten. En net als voor de Spaanse schrijftaal bleek de tilde voor de Portugese schrijftaal meer dan alleen een afkorting: hij liet niet alleen zien dat de létter n was afgekort, hij gaf ook mooi aan dat de klánk /n/ weggevallen was en dat de klinker nasaal was: lãa in plaats van lana, in plaats van can (hond), bõa in plaats van bona (goed, vr.).

In onderstaand schema zie je hoe een Latijnse /n/ (oranje) voor een Oudportugese nasale klinker zorgde (blauw). De derde kolom bespreek ik onder de afbeelding, want zoals je ziet heeft de taal later weer heel wat tildes ingeleverd.

In het Oudportugees werd de tilde ingezet voor alle nasale klinkers: ã, ẽ, ĩ, õ, ũ. Hij bleek ook handig voor woorden die nooit een n hadden gehad, maar waarin de klinker bijvoorbeeld door een voorafgaande m nasaal was geworden. Zo kwam mĩa via het Proto-Romaanse mia van het Latijnse mea (mijn, bez. vnw. vr.).

Steeds minder Portugese tildes
Er leek een mooie toekomst weggelegd voor de Portugese tilde, maar hij heeft sinds het Oudportugees weer wat functies moeten inleveren. De tilde wordt nu alleen nog gebruikt voor de nasale ã en voor de tweeklanken ão, ãe en õe, de nasale tegenhangers van au, ai en oi. In de voetnoten 1 t/m 5 kunnen de liefhebbers lezen hoe dat zo is gekomen.

Spaans en Portugees
Samengevat: in het Spaans wordt de tilde voor een medeklinker gebruikt en in het Portugees voor klinkers, maar toch heeft de tilde in beide gevallen dezelfde oorsprong: een weggelaten n.

  1. De nasale ã heeft het alleen overleefd in de gevallen waarin er in het Oudportugees een a op volgde: lãa > . In de andere gevallen viel hij samen met de tweeklank ão /ɐ̃w̃/: Juã (denk aan het Spaanse Juan) > Juão, cã > cão (hond). Het meervoud cães is rechtstreeks uit canēs ontstaan, net zoals mão (hand) van manum is gekomen, via de tussenstap mano. In onbeklemtoonde werkwoordsuitgangen wordt de tweeklank /ɐ̃w̃/ gespeld als -am: eles andam (zij gaan).
  2. De nasale ẽ op het woordeind is men met een m na de e gaan schrijven. Zo worden tem (hij/zij heeft) en quem (wie) uitgesproken met een nasale eej-klank (Brazilië) of ai-klank (Portugal): [vẽj̃]/[vɐ̃j̃] en [kẽj̃]/[kɐ̃j̃]. Voor klinkers verdween de nasaliteit en is de ontwikkeling divers: tẽer > ter (hebben, van La. tenēre), vir > vir (komen, van venīre), cho > cheio (vol, van plēnum).
  3. De nasale ĩ wordt nu op het woordeind ook met een m na de i geschreven: mim (mij). Tussen klinkers ontstond een nj-achtige verbindingsklank: /ɲ/ in Portugal, een nasale j [j̃] in Brazilië. Die klank wordt nu met nh geschreven, de Portugese tegenhanger van de Spaanse ñ: farĩa > farinha (meel, bloem, van La. farīna), mĩa > minha (mijn, vr.).
  4. De nasale õ overleefde het alleen in de tweeklank õe (oi maar dan nasaal). Op het woordeind viel de õ samen met de ão: razõ > razão (reden, van ratiōnem). Waar er een o op volgde, bleef het een nasale o en werd de m weer ingezet: bõo > bom (goed, m., van bonum). Volgde er een a op, dan verdween de nasaliteit geheel: bõa > boa (goed, v.). Zie bovenstaande afbeelding voor de uitspraakvarianten.
  5. De nasale ũ bleef intact op het woordeind maar kreeg een m in de spelling: comũ > cumum (algemeen). Voor klinkers verdween de nasaliteit: lũa > lua (maan, van lūnam) – behalve in één geval: ũa (van ūnam) werd niet *ua maar uma. In het Galicisch, dat ook van het Oudportugees afstamt (een fase die ook wel Portugees-Galicisch genoemd wordt), is er geen m- maar ng-klank /ŋ/ tussen de u en de a gevoegd. In Noord-Portugal wordt de oude uitspraak ũa nog weleens gehoord.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: