Een eeuwigdurende strijd

Waar taal verandert, daar is strijd. En dan heb ik het niet over gemopper over zogenaamde taalverloedering; dat is een achterhoedegevecht. Nee, er is strijd tussen twee grote, drijvende krachten achter taalverandering: klankverandering en analogiewerking. De strijd heeft zelfs een eigen naam: Sturtevants paradox. Vandaag kijken we naar die paradox aan de hand van het werkwoord zeggen, dat al eeuwen een strijdtoneel is. De vertrouwde afbeelding is deze keer de afsluiter van het artikel.

Sturtevants paradox
Sturtevants paradox is vernoemd naar de taalwetenschapper die hem formuleerde. De paradox luidt als volgt:

Klankverandering is regelmatig, maar zorgt voor onregelmatigheid;
analogie is onregelmatig, maar zorgt voor regelmatigheid.

Edgar Sturtevant

Klankverandering: regelmatig
Hoe zit dat precies? We beginnen bij klankverandering. Dat klankverandering regelmatig is, wil zeggen dat een klank niet zomaar in willekeurige woorden verandert. Neem de uitspraak van de lange ee /eː/. Die is de afgelopen eeuw in het westen, midden en noorden van Nederland veranderd in een tweeklank die je zou kunnen weergeven als eej [eɪ̯] – behalve als er een /r/ op volgt: dan zit er nooit een /j/-klank in de ee. In het gebied in kwestie klinkt heten als heejten, terwijl heren daar niet als heejren is gaan klinken. Je kunt deze klankverandering formuleren als regel:

De klank ee /eː/ verandert in eej [eɪ̯] tenzij er een /r/ op volgt.

Als je die eej-uitspraak in het woord begrepen gebruikt, heb je hem ook in geslepen, dwepen en repen. De klankverandering is dus regelmatig: hij treedt niet willekeurig in het ene woord wel op en in het andere niet.1

Analogie: onregelmatig
Door naar analogie. Neem de volgende Nederlandse onzinwoorden: een glikje en een prijn. Wat zou daar het meervoud van zijn? Waarschijnlijk zul je zeggen: glikjes en prijnen. Hoe weet je dat? Je hebt die meervoudsvormen immers nog nooit gehoord. Je gebruikt analogie: je gaat uit van een patroon dat je kent. In dit geval behandel je glikje en prijn als woorden als prikje en zwijn:

Glikje staat tot glikjes zoals prikje staat tot prikjes;
prijn staat tot prijnen zoals zwijn staat tot zwijnen.

Waarom noemen we analogie dan ónregelmatig als het gaat om taalverandering? Omdat analogiewerking er zo nu en dan voor zorgt dat er hier en daar iets verandert. Zo’n verandering is niet wetmatig maar sporadisch, in tegenstelling tot klankveranderingen.

Neem het werkwoord vragen. Oorspronkelijk was dat zwak: vragen, vraagde, gevraagd. Vergelijk het Duitse fragen, fragte, gefragt. Maar vragen lijkt veel op dragen en de verleden tijd daarvan is droeg. Het patroon van dragen werd op een bepaald moment uitgebreid naar vragen, op basis van de volgende analogie:

Vragen staat tot vroeg zoals dragen staat tot droeg.

Op dezelfde manier ontstond joeg bij jagen en – in sommige regio’s – kloeg bij klagen. De verandering heeft sporadisch plaatsgevonden, want hij heeft zich niet over de hele breedte van (een variëteit van) het Nederlands voltrokken. Zaagde veranderde niet in *zoeg, en plaagde veranderde niet in *ploeg.2

Klankverandering zorgt voor onregelmatigheid
Terug naar Sturtevants paradox. Die zegt dat analogie voor regelmatigheid zorgt. Maar vragen is vanwege analogie nu toch juist géén regelmatig werkwoord meer? Nou, dat is iets anders: een sterk werkwoord is in feite een ‘anders regelmatig’ werkwoord. Vragen-vroeg past namelijk goed in het regelmatige patroon van andere sterke werkwoorden: dragen, graven, varen, slaan.

Klankverandering zorgt daarentegen voor onregelmatigheid. Hoe dat precies zit, vertel ik aan de hand van onze casestudy zeggen. Daarvoor maken we een reis naar het verleden. We beginnen zo’n 2500 jaar geleden bij het Proto-Germaans.

De gereconstrueerde Proto-Germaanse voorloper van zeggen moet de vorm *sagjaną hebben gehad. Dat zwakke werkwoord was helemaal regelmatig en er waren bergen andere werkwoorden met dezelfde vervoeging. Maar daar zou verandering in komen.

In het West-Germaans trad er een regelmatige klankverandering in werking: alle medeklinkers die door een /j/-klank werden gevolgd, werden verdubbeld: twee keer zo lang uitgesproken. *Sagjaną veranderde daardoor in *saggjan. Die klankverandering was regelmatig en trad dus op in alle woorden met een medeklinker plus een /j/:

Proto-GermaansProto-West-Germaansvertaling
*skapjaną*skappjanscheppen
*satjaną *sattjanzetten
*wakjaną *wakkjanwekken

Niets aan de hand, zou je zeggen, maar nu was het zo dat niet alle vormen van deze werkwoorden zo’n /j/ hadden: in bepaalde vormen was die /j/ eerder al een /i/ geworden – een andere regelmatige klankverandering. Zo was uit *sagjiþ (hij zegt) de vorm *sagīþ ontstaan. En daardoor kon de medeklinker in zulke /j/-loze vormen niet meer verdubbeld worden. De verdubbeling ontbrak onder andere in *saþ, de verledentijdsstam *sagid- en het voltooid deelwoord *sagid. Daartegenover stonden tientallen vormen met een -ggj-, zoals *saggju, de ikvorm. Door regelmatige klankveranderingen was er dus een onregelmatigheid ontstaan: de meeste vormen hadden -ggj-, sommige -gi-.

Analogie zorgt voor regelmatigheid
Aanvankelijk hadden alle werkwoorden met zo’n dubbele medeklinker plus j die onregelmatige vormen. Maar later, in de Germaanse dochtertalen, kwam analogie om de hoek kijken: de dubbele medeklinker, die veruit in de meeste vormen zat, kreeg in de meeste werkwoorden de overhand.

In het Middelnederlands had je bijvoorbeeld wecken (van *wakkjan) naast hī wecket. Wecket had dus ook een dubbele medeklinker gekregen (-ck- = -kk-), terwijl je op basis van het West-Germaanse *wakde vorm *weket zou verwachten. Door analogiewerking was de -ck- dus in alle vormen terechtgekomen. Zo was het werkwoord weer helemaal regelmatig geworden.

Een strijdtoneel: zeggen
Zoals gezegd is analogie sporadisch: in het ene woord treedt wel analogiewerking op, in het andere niet. Woorden die er goed tegen bestand zijn, zijn woorden die veel gebruikt worden. Neem het werkwoord zijn. Het feit dat dat al millennialang onregelmatig is, komt doordat het zeer frequent is. De kans is miniem dat ik ben, hij is en ik was ooit gaan veranderen in ik zij, hij zijt en ik zijde.

Zeggen is ook frequent. We gebruiken dat woord de hele dag. Daardoor heeft het zich anders gedragen dan woorden als scheppen, zetten en wekken.

Nog onregelmatiger
We gaan door naar het vroege Middelnederlands. *Saggjan was in segghen veranderd. In onderstaande tabel staan enkele vormen. Let op de g: de Germaanse gg was een ggh geworden (uitgesproken als in het Engelse big girl) en de enkelvoudige g was een gh geworden (stemhebbend uitgesproken als in vragen). Waar er maar één g op volgde, was de klinker e bovendien lang geworden. Dat waren allemaal regelmatige klankveranderingen, maar die hadden het werkwoord dus nog onregelmatiger gemaakt.

Proto-West-GermaansVroegmiddelnederlandsvertaling
dubbele g*saggjansegghenzeggen
*saggjuic seggheik zeg
enkele g*sagīþhī seghethij zegt
*sagidāic seghedeik zei
*sagidumwī seghedenwij zeiden
*sagidgeseghetgezegd
(De Middelnederlandse s klonk als /z/.)

Een werkwoord dat exact hetzelfde patroon had, was legghen, met vormen als hī leghet en ic leghede. Een vergelijkbaar patroon zat ook in ligghen met hī leghet – ja, dezelfde vorm als bij legghen! – en hebben met hī hevet, waar de vorm heeft vandaan komt.

Nóg onregelmatiger
In het latere Middelnederlands kwam een volgende regelmatige klankverandering nog meer roet in het onregelmatige eten van legghen en zegghen gooien: de combinatie -eghe- [eːɣə] veranderde in het westen in -ey- (spreek uit: eej [ej]) en in andere gebieden in -ee- [eː].3 Het is dezelfde verandering die plaatsvond in het woord seghel, dat seyl werd en uiteindelijk zeil. Vergelijk het Duitse Segel. Deze verandering zorgde dus voor een nóg groter verschil. Er stonden nu -eggh-vormen tegenover -ey-/-ee-vormen:

VroegmiddelnederlandsLaatmiddelnederlandsvertaling
dubbele gsegghensegghenzeggen
ic seggheic seggheik zeg
enkele ghī seghet hī seyt, seethij zegt
ic seghedeic seyde, sedeik zei
wī seghedenwī seyden, sedenwij zeiden
gheseghetgheseyt, gheseetgezegd

Hetzelfde gebeurde weer met het werkwoord legghen, met onder andere de vormen hī leyt/leet en ic leyde/lede.

De verleden tijd op de schop
We spoelen nu een paar eeuwen door. In het Standaardnederlands in wording veranderde ic seyde in ik zeide, en seyden in wij zeiden. Die verledentijdsvormen vertoonden onderling nog hetzelfde patroon als ik speelde en wij speelden. Maar niet voor lang.

Door een volgende verandering verloren woorden het stuk -de na een klinker. Dat was geen absolute verandering, want naast la staat nog steeds lade en naast hei staat heide. Maar in werkwoordsvormen als ik zoude, ik woude, ik zeide en ik leide was de wegval definitief: ik zou, ik wou, ik zei en ik lei. In de meervoudsvormen kon die verandering niet optreden, want die gingen uit op -den: zeiden etc. (De -n werd destijds nog uitgesproken.)

Ik zei zeggen we nog steeds, maar ik lei is zo goed als uit het Nederlands verdwenen. Van Dale vermeldt ik lei nog als ‘informeel’, maar ik heb het niemand ooit horen gebruiken. Leggen is dan ook het slachtoffer geworden van analogie: het is regelmatig geworden en heeft zich aangesloten bij eggen en dreggen.

Waardoor is zeggen daar gespaard voor gebleven? Doordat dat een veel frequenter woord is. Overigens is ‘gespaard’ niet het juiste woord: de analogische vorm zegde bestaat intussen wél. Die vorm wordt met name in samenstellingen gebruikt (dat hij toezegde) en komt meer in Vlaanderen voor dan in Nederland.4

Vandaag de dag zien we analogie live in actie: in informele spreektaal sneuvelt de -d- van de meervoudsvormen vaak: we zouen, we wouen, we zeien. Daardoor sluiten de werkwoorden zich weer aan bij een frequent patroon: we zeien staat tot ik zei zoals we vielen staat tot ik viel.

Analogiewerking in de tegenwoordige tijd en het voltooid deelwoord
Over de tegenwoordige tijd kunnen we kort zijn: zeit en leit hebben het afgelegd tegen de analogische vormen zegt en legt: de stam zeg plus een -t. Dat geldt ook voor gezeid en geleid: die zijn veranderd in gezegd en gelegd: ge- plus stam plus -d. In deze gevallen zijn de ei-vormen al lange tijd uit de standaardtaal verdwenen – maar nog niet uit de streektalen!

De streektalen: minder strijd
In veel streektalen heeft analogie bij zeggen en leggen niet zo ingrijpend gewerkt als in het Standaardnederlands. Een dialect dat vormen heeft die rechtstreeks van de Laatmiddelnederlandse ee-vormen afstammen, is het Midden-Brabantse Kaatsheuvels (het dialect dat rond de Efteling wordt gesproken):

LaatmiddelnederlandsKaatsheuvels (Midden-Brabants)vertaling
dubbele gsegghenzeggezeggen
ic seggheik zegik zeg
enkele ghī seet hij zeet /zeːt/hij zegt
ic sedeik zeej5 /zei̯/ik zei
wī sedenwij zeejewij zeiden
gheseetgezeedgezegd

In de verledentijdsvormen is de /d/ veranderd in een /j/, een verandering die we ook zien in informele Nederlandse vormen als rooie tegenover rode. De -e van ic sede is verdwenen, zodat zeej/zeeje aansluit bij het patroon gleej/gleeje (gleed/gleden). Het werkwoord legge gaat exact hetzelfde: hij leet, ik leej, geleed etc. Ook hij ligt komt voor als hij leet, een vorm die afstamt van leghet (de Middelnederlandse vorm die legghen en ligghen deelden, zoals eerder verteld).

Vergelijkbaar met het Brabantse hij zeet zijn het Venlose zaet en het Maastrichtse zeet. In bepaalde Brabantse dialecten is de uitgang -t weggevallen en heb je nu zee, zoals in Antwerpen, of zeej, zoals in het Tilburgs en mijn Drunens. Tilburg kent ook het voltooid deelwoord gezeej naast gezeed; in Antwerpen is het gezee.

In West-Vlaanderen zien we niet de ee- maar de ei-vormen terug: gezegd is er ézeid/hezeid (of zelfs ézein/gezein) en gelegd is er éleid/heleid (élein/helein). In de verleden tijd worden zei en lei gebruikt.

In het kort
Ons huidige werkwoord zeggen is het product van een eeuwenlange strijd tussen klankverandering en analogie. Soms werd het onregelmatiger door regelmatige klankveranderingen, soms regelmatiger door onregelmatige analogieën – een paradox die Sturtevant voor het eerst beschreef. Onderstaande afbeelding geeft een samenvatting:

  1. Deze voorstelling is voor de overzichtelijkheid gesimplificeerd. Klankveranderingen zijn geconditioneerd; dat betekent dat ze onder bepaalde voorwaarden plaatsvinden. Zo gebeurt het dat een klinker alleen vóór of na een bepaalde medeklinker verandert (zoals de /eː/ die niet voor een /r/ verandert), of alleen als de klemtoon erop valt. Maar dan nog voltrekt de verandering zich in alle gevallen waarin aan die voorwaarde voldaan wordt – althans gewoonlijk, want er is ook nog zoiets als lexicale diffusie. Zo heeft in het Amerikaanse Philadelpha het woord glad een tweeklank: [ɡlɛəd], iets als glèëd, terwijl sad gewoon een korte klinker heeft: [sæd].
  2. Analogiewerking gaat bij sterke werkwoorden overigens ook de andere kant op: biek veranderde in bakte naar analogie van hakte.
  3. In Limburg was de lange ee waarschijnlijk niet /eː/ maar /ɛː/ (van blèren), zoals vandaag de dag: heer zaet /zɛːt/ (hij zegt). Vergelijk ook het Nederlandse steken met het Limburgse staeke /stɛːkə/. De Limburgse verledentijdsvormen ich sag en veer sagte zijn ontstaan uit een vroege samentrekking van *sagid- tot *saht-, waardoor vanwege het gebrek aan een i ook geen i-umlaut van a naar e kon optreden.
  4. https://taaladvies.net/taal/advies/vraag/931/zegden_zeiden/
  5. Voor de liefhebber: via een ingewikkelde route van heranalyses en analogieën zijn naast zeej ook de vormen zi (met de i van pit) en zin ontstaan. Alle drie komen die vormen nu in de Kaatsheuvels en de omringende dialecten voor (zoals mijn Drunens).
    Naast hij heej (heeft) ontstond de vorm hij hi, doordat heej werd opgevat als hi + j, zoals ook hij gòi (gaat) naast staat, ziej (ziet) naast zie en doei (doet) naast doe. Daardoor ontstond naast zeej ook de vorm zi. In het meervoud werd dat wij zin, met dezelfde n als o.a. wij gòn, zien en doen. Vervolgens werd zin geheranalyseerd als stam, waardoor ik zin naast wij zinne kwam te staan. Hetzelfde geldt voor legge (met leej, li en lin) en gedeeltelijk ook voor staon (met sti en stin naast ston).

Een gedachte over “Een eeuwigdurende strijd

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: