Emmer: amphora en één-baar gekruist

Het ding dat we een emmer noemen, komt van het Latijnse amphora ‘grote kruik’. Het zou nu eigenlijk *ammer hebben geheten, ware het niet dat onze verre voorouders hun fantasie erop hebben losgelaten. Hoe dat zit, vertel ik in dit artikel.

Amphora en ampul
Het Latijnse ámphora komt van het Oudgriekse ἀμφορεύς (amphoreús), een ingekorte vorm van ἀμφιφορεύς (amphiphoreús) – tweemaal ph na elkaar was te veel. Het woord bestond uit ἀμφί (amphí) ‘aan beide kanten’ of ‘rondom’ (denk aan amfitheater ‘rond theater’) en φορεύς (phoreús) ‘drager’, een afleiding van het werkwoord φέρω (phérō) ‘dragen’, dat verwant is aan baren ‘voldragen’, En. to bear ‘dragen; voldragen’, en aan het woord baar dat in lijkbaar ‘draagwerktuig voor een lijk’ zit. Letterlijk betekenden amphora en ἀμφορεύς dus iets als ‘beide-kanten-drager’ of – nog creatiever – ‘twee-baar’, omdat je de kruik aan twee oren en dus aan beide kanten kon optillen. Onthou dat, want daar zal het verderop nog een keer over gaan.

Hoe veranderde amphora in emmer? De eerste stappen werden gezet in het Latijn zelf. De Oudgriekse φ van ἀμφιφορεύς stond voor de klank /ph/: een geaspireerde /p/, oftewel een /p/ met een /h/’tje erachteraan, ongeveer als in ophalen. Die klank kende de gemiddelde Romein niet, dus toen het woord werd overgenomen in het gesproken Latijn, werd de uitspraak ampora.1 Een verkleinwoord van ampora was ampulla, dat wij hebben overgenomen als ampul en het verkorte pul.

Onze woorden amfora en amfoor zijn leenwoorden waarvan de uitspraak gebaseerd is op de /f/-klank waar de Griekse φ in de middeleeuwen in veranderde, net zoals filosoof van φιλόσοφος (philósophos) komt.

Van twee oren naar één hengsel
In het Proto-Romaans veranderde ampora nog verder in ambora. In die fase is het woord in het Germaans terechtgekomen. Van ambora stammen de Oudengelse vormen amber, omber, ombor, het Oudhoogduitse ambar en het Friese amer af. Het woord kreeg in het Germaans wel een nieuwe betekenis: het werd gebruikt voor een vat met één hengsel – een emmer dus – en dat zorgde voor associaties die het woord danig zouden veranderen.

Eén-baar
Ambora werd in de streken waar de voorlopers van het Nederlands en Duits gesproken werden, geassocieerd met *ain ‘een’ en het werkwoord *beran ‘dragen’, de voorloper van baren en to bear.

Het gebeurt vaak dat woorden door dergelijke associaties veranderen. Nachtmare ‘nachtspook’ werd bijvoorbeeld nachtmerrie door de foute associatie met een merrie. Hamaca werd hangmat doordat mensen aan hangen en aan een mat dachten. En tegenwoordig hoor je weleens vormen als rontonde en expresso. Hier vertel ik daar meer over.

Door de associatie met *ain en *beran kreeg het vat met het hengsel een nieuwe vorm: *ainbar-, dus iets als ‘één-drager’ of ‘één-baar’. Des te curieuzer is dat als je bedenkt dat het oorspronkelijke Griekse amphoreús juist letterlijk ‘twee-drager’ betekende. Van die etymologie hadden de Germanen geen weet; onbewust gaven ze het woord dus een vorm die aansloot bij hun eigen gebruik.

Eimer en ēmer
In het Oudhoogduits treffen we – naast het eerder besproken ambar – nog daadwerkelijk een vorm aan met een /b/ en met ein (met assimilatie van /n/ tot /m/ vanwege de /b/): eimbar. Later verloor het woord die /b/ en kregen we Eimer. Het heeft nog steeds dezelfde tweeklank als ein.

In het Oudnederlands is geen /b/-vorm aangetroffen: alleen ēmer in het late Oudnederlands (1170). Waarschijnlijk hebben we met dezelfde /b/-wegval te maken als die we in lam zien, dat van het West-Germaanse *lamb komt (vgl. En. lamb), en in klimmen, dat van *klimban afkomstig is (vgl. En. to climb). Ook het woord amber ‘barnsteen’ veranderde in ammer, maar door de invloed van het Franse ambre is de /b/ weer hersteld.

De Oudnederlands vorm ēmer had wel nog steeds dezelfde klinker als ēn (een langgerekte ee /eː/). Veel hedendaagse dialecten hebben die overeenkomst tussen de klinker van het plaatselijke emmerwoord en die van het eenwoord behouden. Daarover later meer.

Van eemer tot ymmer
In het Middelnederlands ontstond variatie. Het woord eemer werd uitgesproken met de tweeklank /eə̯/ (ongeveer ) waar de Oudnederlandse /eː/ in was veranderd. Emmer en ymmer waren verkorte vormen. Zo’n klinkerverkorting heeft ook plaatsgevonden in immer ‘altijd’, dat van iemer komt, een samenstelling van ie ‘om het even’ – dat ook in iemand, iets en ieder zit (zie hier) – en meer.

In de hedendaagse dialecten vinden we allerlei nazaten. Zo heeft het Zuid-Utrechts immer, een vorm die teruggaat op ymmer. Het woord émmer [e̝mər] (met een heel kort e’tje) uit de Oost-Noord-Brabantse plaats Oerle vertoont ook verkorting. Het Maastrichts heeft ummer, waarin de lipronding van de /m/ de i tot een u heeft gerond.

Van het Middelnederlandse eemer (met die -achtige tweeklank) komen iëmer [iə̯məʀ] (o.a. in Horst, Limburg), êemer [ɪːməʀ] (Tilburg, NB; met een recente verandering van in de langgerekte ee /ɪː/ van heren) en jemmer [i̯ɛmər] (Drunen, NB; met verkorting van de tweeklank , waardoor hij stijgend werd). Op de Middelnederlandse tweeklank gaat ook onder andere het Venlose eimer terug, maar daarin is de tweeklank veranderd.

Iëmer staat tegenover iën, êemer tegenover êen, jemmer – iets minder herkenbaar – tegenover iën, en eimer tegenover ein. In al die woorden zit dus nog altijd een duidelijk spoor van de associatie met ‘één’ die we aan de Germaanse fantasie te danken hebben.

In onderstaande afbeelding staat alles samengevat. Daaronder volgt nog een belangrijke slotgedachte.

Bedenkingen
Dit artikel is gebaseerd op de duiding die de etymologische woordenboeken geven, zoals dat van Philippa e.a. (2009). Er zitten echter haken en ogen aan, zo vertelde mij Olivier van Renswoude van Taaldacht (een website die overigens zeer de moeite waard is voor wie geïnteresseerd is in de historische taalkunde). In zijn reactie onder het artikel heeft hij zijn bedenkingen uiteengezet.

  1. Uiteraard is er ook iets gebeurd aan de achterkant van het woord: amphoreús veranderde niet zomaar in amp(h)ora. Waarschijnlijk hebben de Romeinen de vierde naamval van het mannelijke amphoreús, namelijk amphoréā (mogelijk in de samengetrokken vorm amphorā) opgevat als een vrouwelijk woord.

3 gedachten over “Emmer: amphora en één-baar gekruist

Voeg uw reactie toe

  1. Deze duiding van emmer is algemeen aanvaard maar zit me toch niet helemaal lekker.

    Ten eerste waren de oude Germanen bij mijn weten reeds vertrouwd met emmers, dus hadden ze geen nood aan een vreemd woord.

    Daarnaast hadden en hebben amforen een behoorlijk andere vorm en rol. (Het tweeorige is evenwel geen groot bezwaar, want het enkele hengsel van de emmer zit tussen twee oren.)

    Verder was amp(h)ora een vrouwelijk woord, duidelijk zelfs, terwijl de Germaanse vormen vanuit *ain- vanouds mannelijk zijn en anders onzijdig. Ook bij volksduiding is er geen prikkel tot geslachtsverandering.

    Bovendien hebben de Oudhoogduitse vormen steevast -bar- of -ber-, niet het -bor- dat je bij ontlening van amp(h)ora zou verwachten, terwijl -bor- wel een bekende klinkerwisselende vorm van beran ‘dragen’ was.

    Tot slot bestond er ook het Germaanse, tevens mannelijke woord *twi-bar-, *tu-bar- voor een soort tobbe. Dit was de voorloper van o.a. Oudhoogduits zwibar en zubar (Duits Zuber) en Middelnederduits en Middelnederlands tover. Vergelijk daarbij Oudhoogduits zuberboum en Middelnederduits toverbôm, voor de boom waaraan zo’n ding door twee mensen gedragen werd.

    Niettemin zijn met name Oudhoogduits ambar en Oudengels omber moeilijk anders te zien dan vervormde ontleningen van het Grieks-Romaanse woord. Dan houd ik het voor mogelijk dat hier een leenwoord en een erfwoord door elkaar zijn gelopen.

    Geliked door 1 persoon

    1. Je bedenkingen zijn overtuigend. Die geslachtsverandering zat me al niet zo lekker, maar ik ben iets te braaf uitgegaan van Philippa e.a. (2009) en eerdere etymologische woordenboeken. Ik heb een alinea aan het artikel toegevoegd waarin ik verwijs naar je reactie. Dank daarvoor!

      Redenerend op basis van wat je zegt: zou het zo kunnen zijn dat de aantrekkingskracht van *twi-bar/*tu-bar zo groot is geweest dat *ambora volksetymologisch aan zijn vorm is aangepast en zijn woordgeslacht heeft overgenomen? En dat OHD ‘ambar’ en OE ‘omber’ al voor de overlevering ten dele zijn aangepast, dus enkel aan *-bar, doordat bij die woorden toevallig geen associatie met *ain is komen kijken? Dan zou er dus geen erfwoord in het spel hoeven zijn geweest – alleen een sterke associatie met *twi-bar/*tu-bar.

      Geliked door 1 persoon

      1. Ja, daar zeg je wat. Dat is denkbaar, al zit ik dan nog wel met de eerste twee bezwaren, met name het andere.

        Ik moest trouwens lachen om die wolkjes in je afbeelding. Mooi gevonden!

        Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: