De zeven Nederlandse gedaanten van ‘cadentia’

Sommige woorden zijn meer dan één keer in onze taal terechtgekomen. Ze zijn op verschillende momenten aan dezelfde taal ontleend, soms via een derde taal. Een voorbeeldpaar is zolder en solarium. Beide komen van het Latijnse sōlārium ‘dakterras’. Zolder is al in de vroeg-Romeinse tijd aan het gesproken Latijn ontleend en is zo goed ingeburgerd dat het niet meer van Nederlandse erfwoorden te onderscheiden is, terwijl solarium pas in de negentiende eeuw via het Engels (‘ruimte om te zonnebaden’) in onze taal terechtkwam.

Cadentia is ook zo’n woord dat meerdere keren in het Nederlands is beland. Maar dat woord is een wel héél bijzonder geval. Na allerlei omzwervingen is cadentia namelijk in maar liefst zes gedaantes in onze taal terechtgekomen:
kans, sjans, chance, cadens, cadans en cadenza.

De afbeelding hieronder toont de omzwervingen van cadentia en de betekenisveranderingen die het woord op zijn zesvoudige reis naar het Nederlands onderging. Onder de afbeelding licht ik het woord en zijn nazaten kort toe.

Cadentia
Het begon allemaal met het Latijnse woord cadentia. In het klassieke Latijn was dat het onzijdige meervoud van het onvoltooid deelwoord van cadere ‘vallen’. Het betekende iets als ‘vallende dingen’. In het gesproken Latijn werd die vorm gebruikt om een abstract zelfstandig naamwoord in het enkelvoud te maken: ‘het vallen’ oftewel ‘val’. Hetzelfde gebeurde met woorden als spērantia ‘hoop’ (van spērāre ‘hopen’), distantia ‘afstand’ (van distāre ‘afstaan; verwijderd staan’) en praeferentia ‘voorkeur’ (van praeferre ‘de voorkeur geven aan’).

Cadenza
In het Italiaans kreeg cadenza, de nazaat van cadentia, nog meer betekenissen. Uit ‘val’ ontwikkelde zich enerzijds ‘ritme; ritmiek’ en anderzijds ‘slot’ (in de zin van ‘einde’). Uit ‘slot’ ontstonden later twee betekenissen in het domein van de muziektheorie: ‘slotakkoordenreeks’ en ‘virtuoze slotimprovisatie’.

Cadens
Het Italiaanse cadenza kwam vermoedelijk via het Duitse Kadenz in de zestiende eeuw onze taal binnen als cadens. In het Nederlands betekent het nu ‘slotakkoordenreeks’ en ‘virtuoze slotimprovisatie’. (Deze bondige definities doen overigens geen recht aan de twee concepten; zie onder andere Wikipedia voor meer informatie.)

Cadans
Cadenza kwam ook in het Middelfrans terecht als cadence. Dat Franse leenwoord namen wij vervolgens in de zestiende eeuw over als cadans. Cadans heeft in tegenstelling tot cadens nu de betekenissen ‘ritme; dansmaat; stemval’. (Zie Wikipedia weer.) Het betekenisverschil met cadens is pas in de zeventiende eeuw in het Nederlands ontstaan: aanvankelijk werden de twee woorden door elkaar gebruikt – en vandaag de dag worden ze nog weleens verward.


Tot zover de Italiaanse tak van de ontleningen. We gaan nu naar het noordwesten van de Romaanse wereld.

Kans
In het vroege Romaans van Noord-Frankrijk kreeg de nazaat van cadentia ‘val’ nieuwe betekenissen. De eerste was ‘worp in het dobbelspel’. Doordat het toeval is hoeveel ogen je gooit, ontstond de betekenis ‘toevalligheid’. Via ‘gunstige toevalligheid’ ging het woord later ook ‘gunstige gelegenheid’ betekenen.

Uiteindelijk ontstonden er in de talen van Noord-Frankrijk twee woorden, die allebei in het Nederlands terecht zouden komen. In het uiterste noorden van het huidige Frankrijk, in het Oudpicardisch, veranderde cadentia in cance, ongeveer uitgesproken als kantse [ˈkãnt͜sə].

Kanze duikt in de veertiende eeuw voor het eerst in Middelnederlandse teksten op als canze [ˈkɑntsə]. Het had destijds alle Noord-Franse betekenissen die ik hierboven heb genoemd. Twee voorbeelden1:
(1) hets recht, dat hi de canze boedt ‘het is billijk dat hij de worp verliest’;
(2) doe wast verloren aerbeit, verzuumt so hadden si haer canze ‘toen was het verloren moeite, ze hadden kun kans gemist’.

Op weg naar het huidige Nederlands verloor het woord de betekenissen ‘worp in het dobbelspel’ en ‘toevalligheid’. Het behield de betekenis ‘gunstige gelegenheid’, als in een kans krijgen, en het kreeg er ook een betekenis bij, die het later aan het Franse chance ontleende: ‘waarschijnlijkheid van een gunstig voorval’, als in goede kansen hebben. En met het Franse chance komen we bij de laatste twee leenwoorden.

Chance
In het Oudfrans, de middeleeuwse taal van de regio Parijs en de voorloper van het Frans, veranderde de /k/ voor een /a/ in de klank tsj /tʃ/: [ˈtʃãnt͜sə]. Later werd dat de huidige sj-klank /ʃ/: chance [ʃɑ̃s]. Deze typisch Franse ontwikkeling zien we bijvoorbeeld ook in cheval ‘paard’ tegenover het Italiaanse cavallo, beide afkomstig van caballum, en in château tegenover castello, beide van castellum.

Chance kreeg in het Frans naast ‘waarschijnlijkheid van een gunstig voorval’ ook de betekenis ‘gunstig voorval’ en uiteindelijk ‘geluk’. In de Nederlandse spreektaal van België wordt chance volop in die betekenis gebruikt, met een uitspraak die nog dicht bij het Frans ligt.

Sjans
In Nederland komt chance niet of nauwelijks voor: daar is het Franse chance ontleend als sjans. Het heeft een specifieke betekenis gekregen: ‘geluk bij het flirten’. Waar het Belgisch-Nederlandse chance hebben gewoon ‘geluk hebben’ betekent, spreek je in Nederland over sjans hebben als iemand je flirtpogingen beantwoordt met wederzijdse interesse. Van sjans is ook het werkwoord sjansen ‘flirten’ afgeleid.

Ook in de dialecten komen sjans en sjansen voor en zijn ze qua klank helemaal ingeburgerd. Zo heeft mijn Drunense dialect sjaans [ʃãːs] en sjaanze [ʃãːzə] met dezelfde lange en nasale [ãː] als kaans, gaans, daans en Fraans.

  1. bron: https://etymologiebank.nl/trefwoord/kans

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: