Drie geboortes van een Spaanse h

In de geschiedenis van het Spaans is er al drie keer een [h]-klank geboren en gestorven. De eerste ontstond en verdween in de voorvader van het Spaans, de tweede ontwikkelde zich in het Oudspaans, en nu krijgen regionale variëteiten van het Spaans de [h] voor een derde maal terug – en in sommige gebieden is zelfs die [h] alweer verdwenen. In dit artikel kijken we naar de opkomst en de teloorgang van de [h]-klank in de tweede grootste taal ter wereld.

Noot | Fonetisch schrift
Ik gebruik schuine strepen voor de benadering van klanken op basis van de Nederlandse spelling: het Spaanse gente begint met een /ch/-klank.
Fonetische tekens staan tussen blokhaken: de [x] van gente.
In andere gevallen gaat het om een letter: de g van gente.

Het teken [x] komt meerdere malen terug. Het staat voor de /ch/-klank van lach - waarbij ik in het midden laat of het om een 'harde', Hollandse [χ] gaat of om een 'zachte', zuidelijke [x̟]; beide varianten komen ook voor in het Spaans.

De eerste [h]

Van het Proto-Indo-Europees naar het Latijn
Zo’n tweeduizend jaar geleden heette het Spaans nog Latijn. In de Latijnse schrijftaal zoals wij die kennen, komt de letter h volop voor, zoals in homō ‘mens’, habēre ‘hebben’ en hortus ‘tuin’. De letter staat voor een stemloze [h], zoals in het Engelse home.

De Latijnse [h]-klank is het resultaat van de millennialange slijtage van twee oerklanken: de Proto-Indo-Europese *gʰ en *ǵʰ. De woorden homō, habēre en hortus komen bijvoorbeeld van *ǵʰm̥mṓ, *eh₁bʰ- en *ǵʰórtos.

Noot | Proto-Indo-Europese klanken
De Proto-Indo-Europese klanken *gʰ en *ǵʰ zijn reconstructies. Taalkundigen nemen aan dat ze uitgesproken werden als een respectievelijk wat verder naar voor en wat verder naar achter in de mond uitgesproken versie van de plofklank [g] van goal. De toevoeging [ʰ] staat voor een zuchtje lucht dat aspiratie heet.

De mist in
Er zijn veel aanwijzingen dat de Latijnse [h] al in de eerste eeuw voor Christus uit de spreektaal van de lagere klassen was verdwenen – de tijd van de grote werken van Cicero, Caesar en Vergilius – en dat alleen de geleerde hogere klasse de [h] nog uitsprak.

Een van die aanwijzigingen is dat de bovenklasse zelf weleens de mist in ging. Zo werd anser ‘gans’ zonder de h geschreven die het woord oorspronkelijk had, gelet op zijn herkomst *ǵʰh₂éns (waar ook ons gans vandaan komt), terwijl hūmidus ‘vochtig’ met een h geschreven werd die er helemaal niet in thuishoorde: het komt van de stam *wegʷ-.

Daarnaast zijn er anekdotes bekend van Romeinen die allerlei hypercorrecte h’s uitspraken om geleerd over te komen. Gaius Valerius Catullus heeft zelfs een gedicht over zo’n overijverige Romein geschreven: Carmen 84.

Graffiti
Romeinse graffiti, die gemaakt werden door iedereen die ook maar een beetje kon schrijven, zijn een puinhoop als het gaat om de h. Woorden die oorspronkelijk met een h begonnen, verschijnen zonder die letter, dus hic ‘hier’ wordt weleens geschreven als ic. Niet-h-woorden krijgen daarentegen soms wél een h: ire ‘gaan’ is weleens hire. Mensen konden niet meer op hun uitspraak vertrouwen en schreven de letter waar ze dachten dat hij moest staan.

Vergelijk het met Randstedelijke kinderen die weleens vout in plaats van fout schrijven: dat doen ze doordat de v en f in hun variëteit hetzelfde klinken: een [f]. Ze moeten daarom uit hun hoofd leren welke woorden een v moeten hebben en welke een f.

Het Romaans
Ook al is de [h]-klank al in het Latijn uit de taal verdwenen, in veel van de dochtertalen wordt hij nog wel geschreven. Het Latijnse hominēs ‘mensen’ ligt bijvoorbeeld aan de basis van het Franse hommes, het Spaanse hombres en het Portugese homens (nu alle drie ‘mannen’), maar die h wordt dus al tweeduizend jaar niet meer uitgesproken. In alle drie die woorden is de letter niet meer dan een chique versiering ter nagedachtenis aan de roemrijke voorouder. Het Italiaans heeft wél voorgoed afscheid genomen van deze prestige-h: uomini.

De Latijnse opsmuk is er overigens niet altijd geweest. In ouder Spaans werd gewoonlijk ombres geschreven en in het Oudfrans was het omes. In de Renaissance groeide het aantal geschreven h’s explosief, doordat mensen de spelling van het bewonderde Latijn wilden imiteren.

De tweede [h]

De h van hacer
Een typisch kenmerk van het Spaans is de letter h waar je een f zou verwachten als je evenknieën in andere Romaanse talen bekijkt. Tegenover hablar ‘praten’ staat bijvoorbeeld het Portuguese falar. Het woord hacer ‘doen; maken’ is de evenknie van Fr. faire, Po. fazer en It. fare. Een dochter is in het Spaans een hija maar in de andere drie talen respectievelijk een fille, filha en figlia.

De Spaanse h is in alle woorden stom, dus zoals hombre als ombre klinkt, zo klinkt hablar als ablar. Maar dat is niet altijd zo geweest. In het Vroegmodern Spaans beginnen hablar, hacer en hija namelijk nog met een echte [h].

Deze [h] is ontstaan uit de Latijnse [f]: de beginmedeklinker van fābulāre, facere en fīliam is verzacht tot [h]. Een tussenfase is waarschijnlijk [ɸ] geweest, de klank die je maakt als je een kaars uitblaast. (Bij de ‘normale’ [f] zet je je boventanden op je onderlip.)

Het Oudspaans
Deze [h] moet al bestaan hebben in het middeleeuwse Oudspaans. De eerste aanwijzing is te vinden in een document uit 863: daarin wordt de Latijnse naam Forticius geschreven als Ortiço – een spelling die kan staan voor een [h]-uitspraak, maar zeker niet voor een [f]-uitspraak. In 927 verschijnt dezelfde naam als Hortiço. Gewoonlijk werd deze [h]-klank geschreven met een f: fablar, fazer en fija. Daar waren schrijvers immers aan gewend door het Latijn.

In de zestiende eeuw veranderde de spelling: schrijvers namen de letter h in gebruik om de [h]-klank te onderscheiden van de echte [f], die nog klonk voor de medeklinkers [r], [l] en [w], zoals in de woorden frio ‘kou’, flor ‘bloem’, fui ‘ik was’ en fuente ‘bron’, en in Latijnse leenwoorden als forma ‘vorm’.

Hieronder hoor je de ontwikkeling van de drie voorbeeldwoorden vanuit het Latijn naar het Oudspaans en tot slot naar het hedendaagse Europese Spaans:

(1) fābulāre > fablar > hablar; (2) facere > fazer > hacer; (3) fīliam > fija > hija.

Op enkele kleine relictregio’s na, zoals de Canarische Eilanden en delen van Andalusië in Zuid-Spanje, is deze tweede [h] uit het Spaans verdwenen, maar ondertussen heeft zich weer een derde [h] gemeld.

Noot1 | Joder
Wie de serie La Casa de Papel heeft gekeken, is vast bekend met het vulgaire woord joder. Het betekent als tussenwerpsel zoiets als 'shit, verdomme', en als werkwoord heeft het betekenissen van 'lastigvallen' tot 'neuken'. Joder komt van het Latijnse futuere 'neuken' (ja, met die vulgaire lading) en daarom zou je hoder verwachten. Dat is dan ook de oorspronkelijke vorm. De huidige vorm joder is uit het zuiden van Spanje overgenomen in de tijd dat hoder daar zijn [h] nog had. Doordat de overnemers van het woord de zuidelijke [h]-klank niet meer kenden in hun eigen Spaans, kreeg het woord de klank die er voor hen het dichtst bij lag: de ch-klank [x].

De derde [h]

De laatste [h] is in bepaalde variëteiten van het Spaans nog niet zo lang geleden ontstaan. Eigenlijk moet ik zeggen twee [h]’s, want het gaat om twee verschillende klankontwikkelingen.

Hente
Het Spaans kent de wrijfklank [x], die te vergelijken is met die van ons in pech. Hij wordt gewoonlijk geschreven met een g voor een e en i, en met een j voor andere klinkers: gente ‘volk, mensen’ tegenover juego ‘spel’. In bepaalde Mexicaanse woorden, zoals in het woord xico zelf, wordt de klank met een x geschreven.

In het Oudspaans stonden deze g en j voor een /zj/-klank (fonetisch [ʒ]), zoals nog steeds in de Franse woorden gent en jeu en in de Portugese woorden gente en jogo. Vervolgens werd dat de stemloze /sj/-klank [ʃ] en tot slot verschoof die naar de [x].

Die [x] is nu in bepaalde variëteiten, zoals het Spaans in Cuba, in Puerto Rico en aan de kust van Venezuela, in een [h] veranderd. Gente en juego beginnen daar dus met een [h].

Twittergebruiker @sallengua vertelde me na de publicatie van dit artikel dat deze [h] in woorden als mejor al verdwenen is in Andalusië:

Lah mujereh
In veel gebieden, zoals Zuid-Spanje, Chili, Argentinië en delen van Colombia, is een andere klank in een [h] veranderd: de [s]. Castillo ‘kasteel’ wordt daar bijvoorbeeld uitgesproken als ca[h]tillo. Er zijn variëteiten waarin de [s] alleen voor een andere medeklinker of op het zinseind een [h] wordt, zoals in castillo en ¡Quiero más! ‘Ik wil meer!’, maar er zijn er ook waarin dat tussen klinkers gebeurt. Zo kent Colombia gebieden waar eso ‘dat’ klinkt als e[h]o.

Er bestaan zelfs regio’s waar zelfs deze derde [h] alweer is verdwenen. Daar klinkt las mujeres ‘de vrouwen’ dus niet meer als la[h] mujere[h] maar als la mujere.

Cubaanse [h]’s
In onder andere Cuba regent het [h]-klanken. Je hoort er daar namelijk een in zowel gente als castillo. Niet alleen de [x] maar ook de [s] is daar dus een [h] geworden.

Hieronder hoor je gente in de Europese uitspraak en in die van een gebied met [h], en daarna castillo met [s] en met [h].


Alles op een rij

In onderstaande video hoor je tot slot de geboorte en de ondergang van alle drie de [h]’s op een rij:

  1. Met dank aan Twittergebruiker @sallengua voor de tip:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: