Komst en basis

Als je broers of zussen hebt, is de kans groot dat je wat van ze weg hebt. Maar hoeveel lijk je op je achter-achter-achternicht? In een lab zullen ze kunnen aantonen dat jullie familie zijn, maar zo op het eerste gezicht zou je het niet zeggen. Hetzelfde geldt voor woorden. Komen, to come en kommen... Lees verder →

De woorden van het gesproken Latijn

De Romaanse talen stammen af van het Latijn, maar niet van de schrijftaal die we kennen van Vergilius, Caesar, Ovidius en Cicero. De talen vinden hun oorsprong in het gesproken Latijn, een verzameling variëteiten van het Latijn die in het Romeinse Rijk gesproken werden. Het literaire Latijn en het gesproken Latijn waren in de periode... Lees verder →

‘Zijn’ in het Romaans: zitten, staan en zijn

De werkwoordsvormen ben, zijn en was lijken in de verste verte niet op elkaar. Hoe dat komt? Het koppelwerkwoord zijn is een mix van drie verschillende werkwoorden. Die vermenging heeft al voor de eerste bronnen plaatsgevonden: in het Germaans. Hier lees je er alles over. Ook in de Romaanse talen zijn de werkwoorden voor 'zijn'... Lees verder →

Emmer: amphora en één-baar gekruist

Het ding dat we een emmer noemen, komt van het Latijnse amphora 'grote kruik'. Het zou nu eigenlijk *ammer hebben geheten, ware het niet dat onze verre voorouders hun fantasie erop hebben losgelaten. Hoe dat zit, vertel ik in dit artikel. Amphora en ampulHet Latijnse ámphora komt van het Oudgriekse ἀμφορεύς (amphoreús), een ingekorte vorm... Lees verder →

Tweede, second en ander

Mijn vorige artikel ging over de woorden voor 'twee' en afleidingen daarvan in de Germaanse en Romaanse talen. Naar aanleiding daarvan deed me een gewaardeerde en trouwe lezer het goede idee aan de hand om ook een keer in te gaan op de bijbehorende rangtelwoorden. Bij dezen! Tweede, het Duitse zweite en het Friese twadde... Lees verder →

Twijfel, tussen, twijg en twist: tweewoorden

Door de eeuwen heen kunnen nauwverwante woorden in vorm en betekenis zo veel van elkaar gaan verschillen dat we ze niet meer herkennen als familie. Dat is in de Germaanse én Romaanse talen gebeurd met een reeks afleidingen van het oerwoord voor 'twee'. In dit artikel vertel ik hoe die tweewoorden ontstaan zijn en hoe... Lees verder →

Maken, gemak, mak, makker, metselen, match en massa

Wat hebben maken, gemak, mak, makker, metselen, match en massa met elkaar gemeen? De woorden gaan alle terug op een woordstam die 'kneden, vormen' betekende. Klik op de afbeelding voor een woordboom. Die spreekt vandaag voor zich. In een Midden-Brabants gebied dat Tilburg, Reusel en Haaren omvat, bestaat ook het woord gemak in de betekenis... Lees verder →

Goed en slecht

Goed en slecht, een van de hoofdtegenstellingen in elke taal. De woorden die de Germaanse en Romaanse talen voor deze woorden en voor hun trappen van vergelijking gebruiken, hebben een interessante geschiedenis. Sommige woorden werden meer dan tweeduizend jaar geleden al gebruikt in het Germaans en Latijn, andere zijn nadien ontstaan en hebben de oorspronkelijke... Lees verder →

Beleefdheid: slijtage en vervanging

Veel talen hebben naast een informele aanspreekvorm, zoals jij en tu, ook een beleefdheidsvorm, zoals u en vous. U-vormen gebruik je in formele situaties, tegenover iemand met een hogere status, tegenover vreemden van dezelfde of een hogere leeftijd, of om afstand te bewaren. Voor sprekers van het Nederlands en de Romaanse talen is dat de... Lees verder →

Ver uit elkaar gegroeid

In de zevende eeuw waren de West-Germaanse dialecten zo sterk van elkaar af gaan wijken dat ze onderling nauwelijks meer verstaanbaar waren. Uiteindelijk veranderden ze in het Nederlands, Fries, Duits, Engels en de vele minderheidstalen die de Germaanse wereld rijk is. In de eeuwen waarin ze uit elkaar groeiden, gingen de klanken, de woordvorming, de... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑