Dubbelvormen in nog meer talen

Vorige week heb ik een artikel geplaatst met doubletten in de Romaanse talen: woordparen met één woord dat rechtstreeks uit het Latijn komt en één woord dat later door ontlening nogmaals in dezelfde taal terecht is gekomen. Een voorbeeld is het Franse paar blâmer 'de schuld geven' en blasphémer 'lasteren': het eerste is een erfwoord,... Lees verder →

Dubbelvormen in zes talen

Afgelopen week heb ik op mijn Twitter-account elke dag een lijstje met doubletten uit een andere taal gepubliceerd. Doubletten zijn etymologische dubbelvormen: woorden die op een andere manier in de taal terechtgekomen zijn, van elkaar verschillen in vorm en betekenis, maar dezelfde herkomst hebben - in dit geval een Latijns woord. In dit artikel toon... Lees verder →

Apotheek, boetiek, bodega

De Nederlandse woorden apotheek, boetiek en bodega hebben dezelfde oorsprong. Alle drie komen ze namelijk van het Oudgriekse ἀποθήκη (apothēkē) 'opslagruimte'. Dat woord heeft een succesvolle carrière gehad. Eerst kwam het in het Latijn terecht en vervolgens kreeg het in de Romaanse dochtertalen nazaten. De nazaten boutique en bodega zijn uiteindelijk in veel talen ontleend.... Lees verder →

Weten is gezien hebben

Lang geleden was er eens een driekoppige Proto-Indo-Europese woordstam die zien betekende. Elke kop ging zijn eigen weg in de dochtertalen en kreeg nageslacht. Duizenden jaren later en tientallen taalgeneraties verder waren de kinderen van de kinderen van de driekoppige woordstam zo veel van elkaar gaan verschillen qua vorm en betekenis, dat ze bijna niet... Lees verder →

Island en isle

De Engelse woorden island en isle zijn niet verwant, ondanks hun gelijkenis. Isle komt uit het Oudfrans; island is een Germaans woord en is verwant aan eiland. Dat island nu een s heeft, komt door een spelfout. Het woord isle had een s die niet uitgesproken werd maar werd geschreven om het woord op het... Lees verder →

Hotel, hospitaal en hostel

Hotel, hospitaal en hostel komen alle drie van hetzelfde woord: het Latijnse hospitāle. Ze zijn wel elk langs een andere weg in onze taal beland. Zulke woorden - die dezelfde herkomst hebben maar andere vormen in één en dezelfde taal - heten doubletten. De h van het Latijnse hospitāle was al rond het jaar nul... Lees verder →

Zich uit het Duits

Ons woord zich komt uit het Duits. Voornaamwoorden worden relatief zelden uit andere talen gehaald, maar in het Standaardnederlands is het gebeurd. Zich is als schrijftaalvorm vanuit het oosten onze taal binnengedrongen: hij begon in de zuidoostelijke oorkondetaal, is in de 14e eeuw in dergelijke geschriften in Gelderland aangetroffen en in de 15e eeuw in... Lees verder →

Gas

De meeste woorden worden al millennialang doorgegeven. Gas niet: dat is in de 17e eeuw verzonnen - door een Brusselnaar: Jan Baptista van Helmont. Voordat gas in gebruik kwam, zeiden we stoom tegen alle gassen. Gas is een van de succesvolste Nederlandse uitleenwoorden geworden. Gas is geënt op het woord chaos, dat door Paracelsus al... Lees verder →

Down, duin en dune

Het Engelse woord down is verwant aan ons duin. Het komt van het Oudengelse ofdūne, dat heuvelafwaarts betekende; letterlijk af duin. En dune dan? Dat komt uit het Middelnederlands, mogelijk via het Frans. Een stamboom: De tweeklanken van down en duin komen dus allebei van een lange oe-klank (ū). Ow/ou is de klankwettige uitkomst in... Lees verder →

Een raadsel: fiets

Een van de grootste mysteries in de Nederlandse etymologie is de herkomst van het woord fiets. De afgelopen 140 jaar zijn er veel etymologieën bedacht, maar er is er geen een bewezen. De grootste kanshebbers zijn het Zuid-Nederlandse werkwoord vietse en het Franse vélocipède.De tekst gaat verder onder de afbeelding. Maar waar komen die Zuid-Nederlandse... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑