Apotheek, boetiek, bodega

De Nederlandse woorden apotheek, boetiek en bodega hebben dezelfde oorsprong. Alle drie komen ze namelijk van het Oudgriekse ἀποθήκη (apothēkē) 'opslagruimte'. Dat woord heeft een succesvolle carrière gehad. Eerst kwam het in het Latijn terecht en vervolgens kreeg het in de Romaanse dochtertalen nazaten. De nazaten boutique en bodega zijn uiteindelijk in veel talen ontleend.... Lees verder →

Weten is gezien hebben

Lang geleden was er eens een driekoppige Proto-Indo-Europese woordstam die zien betekende. Elke kop ging zijn eigen weg in de dochtertalen en kreeg nageslacht. Duizenden jaren later en tientallen taalgeneraties verder waren de kinderen van de kinderen van de driekoppige woordstam zo veel van elkaar gaan verschillen qua vorm en betekenis, dat ze bijna niet... Lees verder →

Island en isle

De Engelse woorden island en isle zijn niet verwant, ondanks hun gelijkenis. Isle komt uit het Oudfrans; island is een Germaans woord en is verwant aan eiland. Dat island nu een s heeft, komt door een spelfout. Het woord isle had een s die niet uitgesproken werd maar werd geschreven om het woord op het... Lees verder →

Hotel, hospitaal en hostel

Hotel, hospitaal en hostel komen alle drie van hetzelfde woord: het Latijnse hospitāle. Ze zijn wel elk langs een andere weg in onze taal beland. Zulke woorden - die dezelfde herkomst hebben maar andere vormen in één en dezelfde taal - heten doubletten. De h van het Latijnse hospitāle was al rond het jaar nul... Lees verder →

Zich uit het Duits

Ons woord zich komt uit het Duits. Voornaamwoorden worden relatief zelden uit andere talen gehaald, maar in het Standaardnederlands is het gebeurd. Zich is als schrijftaalvorm vanuit het oosten onze taal binnengedrongen: hij begon in de zuidoostelijke oorkondetaal, is in de 14e eeuw in dergelijke geschriften in Gelderland aangetroffen en in de 15e eeuw in... Lees verder →

Gas

De meeste woorden worden al millennialang doorgegeven. Gas niet: dat is in de 17e eeuw verzonnen - door een Brusselnaar: Jan Baptista van Helmont. Voordat gas in gebruik kwam, zeiden we stoom tegen alle gassen. Gas is een van de succesvolste Nederlandse uitleenwoorden geworden. Gas is geënt op het woord chaos, dat door Paracelsus al... Lees verder →

Down, duin en dune

Het Engelse woord down is verwant aan ons duin. Het komt van het Oudengelse ofdūne, dat heuvelafwaarts betekende; letterlijk af duin. En dune dan? Dat komt uit het Middelnederlands, mogelijk via het Frans. Een stamboom: De tweeklanken van down en duin komen dus allebei van een lange oe-klank (ū). Ow/ou is de klankwettige uitkomst in... Lees verder →

Een raadsel: fiets

Een van de grootste mysteries in de Nederlandse etymologie is de herkomst van het woord fiets. De afgelopen 140 jaar zijn er veel etymologieën bedacht, maar er is er geen een bewezen. De grootste kanshebbers zijn het Zuid-Nederlandse werkwoord vietse en het Franse vélocipède.De tekst gaat verder onder de afbeelding. Maar waar komen die Zuid-Nederlandse... Lees verder →

To impeach en perziken

Wat heeft to impeach met perziken te maken? Helemaal niks! Aan de basis van het woord ligt iets wat minder lekker in de fruitsalade is: een voetboei, het Latijnse woord pedica. Dit is de weg die het woord heeft afgelegd: Een afleiding van pedica is het werkwoord impedicāre, dat in het Oudfrans empeechier opleverde. Het... Lees verder →

Rontonde, expresso en advocado

Mensen die rontonde en expresso zeggen worden nogal eens in de zeik gezet. Maar wist je dat er genoeg van zulke woordvervormingen standaardtaal zijn geworden? De taalkundige naam voor zulke onregelmatige vervormingen is volksetymologie. Je kunt ze ook verbasteringen noemen, maar dat is een verwarrende term, want hij wordt vaak misbruikt voor normale, klankwettige taalveranderingen.De... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑