Germaans uit de vijfde eeuw

Hoe verder je teruggaat in de tijd, hoe minder we over onze taal weten. Van het Nederlands van honderd jaar geleden zijn er al heel wat minder opnames dan van de taal van nu. Van het vijftiende-eeuwse Nederlands zijn er alleen teksten, en we mogen ons in de handen wrijven bij ieder stukje Oudnederlands van... Lees verder →

Donar en Wodan

Voordat de god van het christendom ten tonele werd gevoerd, hingen de Germaanstalige volkeren in onze streek een polytheïstische godsdienst aan. Een voorname rol in dat geloof hadden de goden die we nu Donar en Wodan noemen. Dat we die namen gebruiken, is opmerkelijk. Ze zijn namelijk niet Nederlands. Waar komen ze dan vandaan? Hoe... Lees verder →

Knaaien, verloren familie van to know

Het Engelse to know is een eenzaam werkwoord: het is door de eeuwen heen alle Germaanse familieleden kwijtgeraakt behalve het IJslandse knega en het Schotse to knaw. Als zijn Nederlandse en Duitse tegenhangers nog hadden bestaan, hoe hadden die dan geklonken? En hoe weten we dat? Om daarachter te komen moeten we terug naar de... Lees verder →

Acht taalweetjes

Geen zorgen, beste lezer: deze blog is niet dood. Het is hier al een tijdje erg stil en dat komt doordat ik het druk heb gehad. Het schrijven van een Taal aan de wandel-artikel kost best wat tijd en aan die tijd heeft het me ontbroken. Ik heb zo nu en dan wél tijd gehad... Lees verder →

Romeinen die heel soms Germanen verstonden

De Germaanse talen kun je zien als nichtjes van de Romaanse. Ze delen kenmerken die ze hebben geërfd van hun gemeenschappelijke voorouder. Ons woord moeder heeft bijvoorbeeld dezelfde oorsprong als het Spaanse madre, en het Duitse (sie) sind gaat op dezelfde oervorm terug als het Franse (ils) sont. Zulke gelijkenissen kunnen helpen bij het leren... Lees verder →

De genderneutrale voorloper van ‘zijn’

Het bezittelijk voornaamwoord zijn gebruiken we voor mannelijke en onzijdige woorden: de man en zijn kinderen en het bedrijf en zijn oprichter. Zo'n twee millennia geleden was dat anders: *sīn-, de Germaanse voorloper van zijn, was genderneutraal. Dat betekent dat het zowel voor mannelijke, vrouwelijke als onzijdige woorden gebruikt werd. Hoe zat dat en hoe... Lees verder →

Dubbelopdierennamen

Wat hebben een muilezel, een kraanvogel en een walvis met elkaar gemeen? Ze hebben dubbelopnamen. Oorspronkelijk heetten de dieren muil, kraan en wal, maar later werden de namen verlengd met -ezel, -vogel en -vis. In dit artikel vertel ik hoe dat zo is gekomen. Muil, kraan en wal Het woord muilezel komt van het Latijnse... Lees verder →

‘Zoet’ van 2500 v.C. tot nu

Uit het Proto-Germaanse *swōtija- ‘zoet’ is in de Westgermaanse talen een groot scala aan vormen ontstaan. In het Nederlands werd het woord bijvoorbeeld zoet, in het Engels sweet, in het Duits süß en in het Fries swiet. Hoe zijn al die verschillende vormen uit één en hetzelfde *swōtija- ontstaan? In dit artikel leg ik dat uit en... Lees verder →

‘Factum’ in 2000 jaar

Uit het Latijnse factum 'gemaakt; gedaan; feit' is in de Romaanse talen een groot scala aan vormen ontstaan. In het Italiaans werd het woord bijvoorbeeld fatto, in het Frans fait, in het Portugees feito en in het Spaans hecho. Hoe zijn al die vormen uit factum ontstaan? Aan de basis ligt één lineaire reeks klankveranderingen.... Lees verder →

Hempje, kump en zwaarder

In de standaardtaal is een klein hemd een hemdje, maar in het gesproken Nederlands hoor je vaak hempje. Op het eerste oog is dat een vreemde vorm: verkleinwoorden die eindigen op -pje verwacht je bij woorden als boom maar niet bij hemd, dat op een [t]-klank eindigt. Waar komt de [p] van hempje vandaan? Voor... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑