Romeinen die heel soms Germanen verstonden

De Germaanse talen kun je zien als nichtjes van de Romaanse. Ze delen kenmerken die ze hebben geërfd van hun gemeenschappelijke voorouder. Ons woord moeder heeft bijvoorbeeld dezelfde oorsprong als het Spaanse madre, en het Duitse (sie) sind gaat op dezelfde oervorm terug als het Franse (ils) sont. Zulke gelijkenissen kunnen helpen bij het leren... Lees verder →

‘Zoet’ van 2500 v.C. tot nu

Uit het Proto-Germaanse *swōtija- ‘zoet’ is in de Westgermaanse talen een groot scala aan vormen ontstaan. In het Nederlands werd het woord bijvoorbeeld zoet, in het Engels sweet, in het Duits süß en in het Fries swiet. Hoe zijn al die verschillende vormen uit één en hetzelfde *swōtija- ontstaan? In dit artikel leg ik dat uit en... Lees verder →

‘Factum’ in 2000 jaar

Uit het Latijnse factum 'gemaakt; gedaan; feit' is in de Romaanse talen een groot scala aan vormen ontstaan. In het Italiaans werd het woord bijvoorbeeld fatto, in het Frans fait, in het Portugees feito en in het Spaans hecho. Hoe zijn al die vormen uit factum ontstaan? Aan de basis ligt één lineaire reeks klankveranderingen.... Lees verder →

Hempje, kump en zwaarder

In de standaardtaal is een klein hemd een hemdje, maar in het gesproken Nederlands hoor je vaak hempje. Op het eerste oog is dat een vreemde vorm: verkleinwoorden die eindigen op -pje verwacht je bij woorden als boom maar niet bij hemd, dat op een [t]-klank eindigt. Waar komt de [p] van hempje vandaan? Voor... Lees verder →

Rechtmatige erfgenamen

Het Franse musique, het Italiaanse subito, het Spaanse rosa - echte Romaanse woorden, toch? Intussen wel, maar eigenlijk zijn het Latijnse woorden in een dun Romaans schilletje. In tegenstelling tot woorden als faire, cinque en siesta zijn ze pas vrij laat in de Romaanse talen terechtgekomen. Het zijn namelijk geen erfwoorden maar leenwoorden die uit... Lees verder →

Gered van een wisse dood

Klankveranderingen kunnen het woorden soms knap lastig maken. Compleet verschillende woorden kunnen namelijk hetzelfde gaan klinken. Dat gebeurde in het Oudfrans met de Latijnse werkwoorden necāre 'doden; verdrinken' en negāre 'ontkennen': door de klankveranderingen die optraden, veranderden ze allebei in noiier. Dat werkwoord ging daardoor zowel 'verdrinken' als 'ontkennen' betekenen - vrij onhandig. In zulke... Lees verder →

Spelling als versiering

Het Frans is berucht om de letters die je niet uitspreekt. Neem parler 'praten', clef 'sleutel' en doigt 'vinger': de vetgedrukte letters worden niet uitgesproken. Sommige klonken in het Oudfrans nog wél. Parler rijmde destijds op cher, en clef klonk als ons woord klef. Maar met bepaalde letters is meer aan de hand. Doigt was... Lees verder →

Dode woorden tot leven gewekt

Door de eeuwen heen verliezen talen woorden. Van een groot deel van de Latijnse woordenschat is in de Romaanse dochtertalen niets overgebleven. Basiswoorden als vir 'man', alius 'ander', equus 'paard', emere 'kopen' en cutis 'huid' zijn bijvoorbeeld verstoten door homō, alter, caballus, comparāre en pellis. In dit artikel doen we een gedachte-experiment: hoe zouden de... Lees verder →

Dubbelvormen in nog meer talen

Vorige week heb ik een artikel geplaatst met doubletten in de Romaanse talen: woordparen met één woord dat rechtstreeks uit het Latijn komt en één woord dat later door ontlening nogmaals in dezelfde taal terecht is gekomen. Een voorbeeld is het Franse paar blâmer 'de schuld geven' en blasphémer 'lasteren': het eerste is een erfwoord,... Lees verder →

Dubbelvormen in zes talen

Afgelopen week heb ik op mijn Twitter-account elke dag een lijstje met doubletten uit een andere taal gepubliceerd. Doubletten zijn etymologische dubbelvormen: woorden die op een andere manier in de taal terechtgekomen zijn, van elkaar verschillen in vorm en betekenis, maar dezelfde herkomst hebben - in dit geval een Latijns woord. In dit artikel toon... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑