Woord voor woord: de verleden tijd van taal

Woord voor woord is op de shortlist gekomen voor de Language Industry Awards in de cateogrie beste taalpublicatie!

Op 11 oktober 2025 is mijn tweede boek uitgekomen: Woord voor woord: de verleden tijd van taal. De uitgever is Genootschap Onze Taal. Woord voor woord is een rijkgeïllustreerd boek vol inzichtelijke infographics en fascinerende taalweetjes. Hieronder stel ik het aan je voor. Benieuwd naar een voorproefje? Scrol naar beneden voor een inkijkexemplaar.

‘Over etymologie is al veel en goed geschreven, vooral door de geweldige Nicoline van der Sijs. Maar zo heerlijk helder, overzichtelijk en esthetisch fraai als @yvanspijk.bsky.social’s Woord voor woord – dat ben ik niet eerder tegengekomen. Niet in het Nederlands, en elders evenmin.’ – Gaston Dorren op Bluesky

‘mooie en inzichtelijke infographics’ – José Vandekerckhove van het Netwerk Didactiek Nederland

‘Het zou een ernstig studieboek geworden zijn, ware het niet dat de toon eerder onderhoudend leuk is en de tekeningetjes plezant.’ – Gerda Sterk van het Humanistisch Verbond België

9 gedachten over “Woord voor woord: de verleden tijd van taal

Voeg uw reactie toe

  1. Succes!

    Toch weer twee keer niet goed begrepen. Waar is het historisch Vlaamse ‘kouse’ en ‘sukre’ naartoe? Zij zijn van belang om het schema en de evolutie van het woord te begrijpen. Zij kunnen een paar verduidelijkende links tonen die in het schema niet te vinden zijn. Kom aub niet weer met ‘we houden ons niet bezig met dialecten’. Het historische (West)Vlaams is ouder dan het Nederlands en kan er dus geen dialect van zijn. Ik spreek hier niet over het Vlaams van nu dat eigenlijk gewoon (Zuid)Nederlands is. Het historische Vlaams is als taal enkel niet erkend door de Franse politiek, de Franstalige Belgische politiek en de Noord-Nederlandse desinteresse. Men wilde gewoon geen geld besteden aan de verdere ontwikkeling of instandhouding van die taal. Vandaar het wegduwen naar een duister klein hoekje in de Taaltabellen, als het sowieso te merken valt. Ik mag met zekerheid zeggen dat dat historische West-Vlaams verder van het Nederlands staat dan het huidige Fries. Een gemiste kans of op zijn minst een onvolledig onderzoek.

    Ik houd enorm veel van taal en ik zal het boek zeker kopen, maar ik denk dat ik het vol zal schrijven met vele opmerkingen.

    Like

    1. In sommige infographics heeft het West-Vlaams een plaats, in sommige graphics enkele andere streektalen, en in andere graphics heb ik de focus ergens anders op gelegd.

      U weet dat ik het West-Vlaams of eender welke streektaal niet zie als een dialect van het Nederlands, of als minderwaardig. Maar geloven dat het West-Vlaams belangrijker zou zijn dan andere streektalen, is een misverstand dat geen enkele basis heeft in de taalwetenschap. Een minderwaardigheidscomplex verdient geen enkele streektaal, maar laten we alstublieft ook waken voor een meerwaardigheidscomplex.

      Aangezien het West-Vlaams niet op de historische lijn tussen het Middelnederlands en het Standaardnederlands in zit, is het dus nergens nodig om het West-Vlaams te tonen voor een volledig historisch verhaal. Zoals u weet, is het Standaardnederlands op Hollandse leest geschoeid, met slechts enkele Vlaamse, Brabantse, Friese en Saksische elementen, bijna uitsluitend in de woordenschat. Daar zijn het zowel Nederlandse als Vlaamse taalwetenschappers over eens, want dat is wat de historische gegevens ons tonen.

      In sommige gevallen is het mooi om te laten zien dat bijvoorbeeld de slot-e in het West-Vlaams behouden is, zoals u zult zien op de kaarten van kar en kerk. In andere gevallen kies ik bijvoorbeeld voor het Zeeuws, dat dat ook doet. En in weer andere gevallen krijgen enkele andere streektalen een plek.

      Elke kaart in het boek is een selectie. Zou ik alle mogelijke vertakkingen van alle talen laten zien, dan zou het boek twee bij twee meter zijn geworden. Dat paste helaas noch in het budget noch in de boekwinkels.

      Like

      1. Ik vind dat een mooie reactie, maar u begrijpt wel dat ik niet akkoord kan gaan met uw standpunt. Laten we zeggen dat we akkoord zijn om niet akkoord te zijn.

        Ik denk dat u zich vergist als u het belang van het Saksische West-Vlaams, Zeeuws en Zuid-Vlaams maar miniem vindt. Ik heb hoegenaamd geen complex, laat staan een meerwaardigheidscomplex. Ik vind gewoon dat die kant van het Germaans onvoldoende is belicht en gewaardeerd in haar waarde. Daarom probeer ik te bewijzen waarom. Het is vooral via die taal (in al zijn kleine variaties) dat in Kent en later in Engeland een West-Germaanse taal is geboren. Dat alleen al vind ik super belangrijk. Tussen Kent en Vlaanderen lag maar een nauw stukje water, de wederzijdse handel bloeide lang en de vroegste leiders hadden veel wederzijdse contacten. Iedere keer kan ik met drie simpele woorden een overgang tonen (Nederlands-Vlaams-Engels) die voor de taalkunde belangrijk is. Een groep op het internet over het Angel-Saksisch en Oud-Engels laat duidelijk de invloed van het oude Diets (nog een woord dat de meeste taalkundigen wat angst aanjaagt) zien op de oudste relicten van die taal. Ook voor Normandië is het Vlaams belangrijk geweest. Meestal wordt het Germaans in het vroege Normandië toegedicht aan de invloed vanuit Scandinavië, maar ik heb ik mijn artikelen voldoende kunnen aantonen dat een West-Germaanse oorsprong logischer en begrijpelijker is en dichter bij de waarheid aanleunt. Ik ben er mij van bewust dat ik hier alleen spreek in eigen naam en dat er over wat ik zeg en schrijf geen consensus is. Ik verwacht dan ook niet dat u akkoord zou gaan. Laat ik besluiten dat we gewoon allebei van taal houden, elk vanuit zijn eigen invalshoek.

        Like

      2. Over zaken als emotionele waarde van een taal kunnen we inderdaad goed van mening verschillen. Als historisch taalkundige moet ik echter wel wijzen op feitelijke onjuistheden.

        Dat zijn namelijk geen kwesties van een andere kijk. Veel van de dingen die u zegt over het Vlaams, worden simpelweg niet ondersteund door de gegevens die we hebben – of ze zijn zelfs chronologisch schier onmogelijk. In de wetenschap nemen we de data als basis: daaruit trekken we conclusies. Het is niet zo dat we met een conclusie beginnen (‘Het Vlaams ligt aan de basis van taal X’) en de data dan zo proberen te interpreteren dat we gelijk krijgen. Een concensus is er dan ook niet voor niets: die ontstaat als alle data op hetzelfde wijzen.

        Om data goed te kunnen analyseren en niet in allerlei valkuilen te verdwijnen, is een gedegen wetenschappelijke opleiding in de taalkunde nodig. Zo werkt het in ieder vakgebied. Voor mij als leek lijkt de zon een vuurbal, maar een natuurkundige toont aan dat het om een bal heet gas in plasmastaat gaat. Voor mij als leek zijn walvissen vissen, maar een bioloog toont aan dat vissen en walvissen evolutionair extreem ver van elkaar verwijderd zijn. Voor mij zijn alle Oudgriekse potten en pannen één pot nat, maar een archeoloog dateert ze op de eeuw nauwkeurig.

        Laten we kijken naar de zaken in kwestie. Het West-Vlaams heeft om te beginnen geen Saksische oorsprong. Het is ontstaan uit het Oudnederlands (ook wel Oudnederfrankisch geheten) dat werd overgenomen in een oorspronkelijk Oudfriestalig gebied, in de negende eeuw. Onder andere toponiemen bevestigen dat. Het Oudsaksisch is vanuit het noordoosten niet verder gekomen dan wat nu het Nederlandse natuurgebied de Veluwe is. Het was een geheel andere taal, met klanken en grammatica waar de huidige Vlaamse dialecten niet uit kunnen zijn ontstaan. Dat is met de beste wil van de wereld niet mogelijk. Iets anders beweren is sjoemelen met de gegevens.

        Het Oudengels is vanuit Noord-Duitsland en Zuid-Denemarken naar de Britse eilanden gebracht. Ja, er waren nadien contacten met wat nu Vlaanderen is, maar uit het Vlaams is in Kent en Engeland geen West-Germaanse taal geboren. Dat is zeggen dat ik de zoon van mijn tante ben in plaats van mijn moeder. Geen van de klankveranderingen en grammaticale kenmerken die we in het Oudengels in al zijn variëteiten zien, kunnen verklaard worden vanuit het Vlaams.

        Sterker nog – en dat is een heel groot probleem hier – het Vlaams had zich ten tijde van de Angelsaksische kolonisten (500-600) nog niet eens uit het Oudnederlands ontwikkeld. Destijds werd er, zoals ik eerder zei, nog een vroege vorm van Oudfries langs de Nederlandse en Belgische kust gesproken. Zeggen dat er uit het Vlaams een Germaanse taal is geboren op de Britse eilanden, is zeggen dat mijn oudtante een dochter is van mij.

        Daar zijn het taalwetenschappers en historici over eens, want alleen dát laten de gegevens ons zien. Iets anders beweren kan alleen als de feiten anachronistisch verdraaid worden of door een leek verkeerd begrepen worden.

        Dat u het Vlaams zowel op het Nederlands als het Engels vindt lijken, wil niet zeggen dat er een ontwikkeling van het Vlaams naar het Engels heeft plaatsgevonden. Het laat alleen maar zien dat we te maken hebben met enkele gedeelde kenmerken in bepaalde regio van een continuüm – net zoals de streektalen in Zuid-Duitsland zowel dingen gemeen hebben met die in Midden-Duitsland als die in Zwitserland en Oostenrijk.

        Tot slot nog even over Diets: dat betekende in het Middelnederlands simpelweg ‘volkstaal’, net zoals zijn landinwaartse dialectvariant Duits. Het is geen term die taalkundig een geografische of historische taalvariëteit definieert. Daar gebruiken we, zolang als de taalwetenschap bestaat, Middelnederlands voor. Geen enkele taalkundige is dus ‘bang’ voor die term. Waar we wel afkerig van zijn, is het nostalgisch gebruik van die term in zekere Vlaams-Nationalistische kringen. Maar ik neem aan dat u daar niet toe behoort, dus dan hoef ik die zorg in ons gesprek niet te hebben.

        Like

  2. Laten we het erbij houden dat het Engels en het West-Vlaams ‘zusters’ zijn. En wat betreft dat Saksische element…

    Professor Devos schreef in een lezing die ik ergens heb liggen: ‘Het Brabants en het Limburgs zijn Frankische talen, het Vlaams is Saksisch’. Magda Devos (Universiteit Gent, Vakgroep Taalkunde) en Reinhild Vandekerckhove (docent Nederlandse taalkunde) tonen toch aan dat er geen consensus is. Ook Hugo Ryckeboer (dialectoloog) schrijft iets in dezelfde zin.

    Uit het boek van Devos-Vandekerckhove, p. 28:

    Kust-West-Vlaams heeft heel wat taalkenmerken bewaard van de Saksen die in de vierde-vijfde eeuw Vlaanderen koloniseerden. Zo heeft dat Kust-West-Vlaams heel wat overeenkomsten met het Engels dat immers eveneens Kust-West-Germaanse, waaronder Saksische roots heeft.

    p. 37:

    Voor de studie van de Nederlandse klankontwikkeling vormt West-Vlaanderen, tezamen met het nog conservatievere Frans-Vlaanderen, een ware archeologische site. Je treft er klanken aan die opklimmen tot de taal van de Saksische kolonisatoren in de vroege Middeleeuwen …

    p. 38:

    West-Vlaamse dialecten bevatten een reeks uitspraakkenmerken uit de oude Saksische taallaag die in de Vroege Middeleeuwen tot aan de Schelde-Denderlijn reikte, en dus ook de grondslag vormt van de latere Oost-Vlaamse dialecten. …Ingveoonse’ kenmerken… Ze zijn verantwoordelijk voor de overeenkomsten tussen het West-Vlaams en het Engels (of sommige Zuid-Engelse dialecten) en dateren grotendeels uit het eerste millennium van onze jaartelling: ze komen al voor in Oudengelse teksten (tot stand gekomen tussen ca . 500 en 1000 na Chr.). Sporen van die verschijnselen zijn vaak ook terug te vinden in het Fries en de dialecten van noordoostelijk Nederland, allemaal variëteiten van Noordzee-Germaanse signatuur. Het West-Vlaams heeft echter meer van die kenmerken bewaard dan alle andere Nederlandse dialecten, en hoe verder naar het westen, hoe nadrukkelijker hun aanwezigheid.

    Wat betreft Nederlands – West-Vlaams en Engels wilde ik niet de overeenkomsten of verschillen tonen maar wel de overgangen van de ene taal naar de andere, een beetje zoals dat wat uw schema’s zo interessant maakt. Ik geef enkele voorbeelden…

    boter, butter, butter
    kapel, kappel (doffe e) chapel
    put, pit, pit
    dun, dinne, thin
    brug brigge bridge
    non, nunne, nun
    mossel, mussel, mussel
    pop, puppe, puppet
    zon, zunne, sun
    zacht, zohte, soft
    sturen, stieren, stear
    een beetje (enige tijd), een letje, a little
    klimop, yfte, ivy
    stier, bul (in Bulskamp) bull
    spin, kobbe, cob (in cobweb)
    schreien, screm’, scream

    Ook de West-Vlaamse meervouds-s is Saksisch van aard.
    hemds, roks, dweils, zwijns, honds, kleers, kats, broeks, stiers, enz.

    Denk ook aan het gebruik van ‘doen’ als vervangend hulpwerkwoord in korte replieken. enz.

    Ik kan nog lang doorgaan, maar ik denk dat het wat vervelend zou worden. Succes met uw boek. Ik kijk er naar uit.

    Like

    1. Ik moet zeggen dat dit de eerste keer is dat ik die elementen Saksisch genoemd zie worden in literatuur. Kustgermaans en Ingveoons worden breed gebruikt, en daar heeft het West-Vlaams zeker kenmerken van, maar in geen enkel hedendaags werk wordt dat gelijkgesteld aan Saksisch.

      Een van de belangrijkste kenmerken van het Saksisch is het eenheidsmeervoud: één en dezelfde uitgang in alle personen van het meervoud van het werkwoord. Ter illustratie: in het Oudsaksisch werd het meervoud van het werkwoord voor ‘doen’ als volgt vervoegd:
      wī dōth
      jī dōth
      sia dōth

      Dat zien we terug in het huidige Nedersaksisch, zoals hier in het Twents:
      wiej doot
      iej doot
      ziej doot

      Ook het Oudengels had in al die vormen dezelfde dentale medeklinker: dōþ. Tegenwoordig is dat do.

      Het West-Vlaams maakt daarentegen een onderscheid tussen de jullievorm en de andere twee, bijvoorbeeld als volgt:
      we doen widder
      ge doe(t) gidder
      ze doen zidder

      Zowel de vervoeging als de klinker oe (of de tweeklank oeë in bepaalde streken) gaat terug op het Frankische Oudnederlands:
      wī duon
      gī duot
      sia duon(t)

      In het Middelnederlandse Vlaams vinden we dat rijtje terug als:
      wi doen
      ghi doet
      si doen

      Het West-Vlaams heeft dus typisch Frankische uitgangen in het werkwoord.

      Dan enkele van uw woordvoorbeelden. De gelijkenissen die u laat zien, zijn pas heel laat ontstaan: zo’n duizend jaar na de export van het Engels naar de Britse eilanden. Laten we drie groepen woorden bekijken:

      – boter, butter, butter
      – non, nunne, nun
      – mossel, mussel, mussel
      – zon, zunne, sun

      De gedeelde u is hier bedrieglijk. Het Engelse woord butter werd in het middeleeuwse Engels nog uitgesproken als /boeter/. Nun, mussel en sun waren /noene/, /moes(k)el/ en /soene/. De u stond tot vrij laat in de geschiedenis voor een oe-klank, weten we mede dankzij vroegmoderne beschrijvingen van moedertaalsprekers. In het noorden van Engeland hoor je nog steeds /boeter/, /moesl/, /soen/. Overigens klinkt de Standaardengelse u bij native speakers nu meer als onze korte a dan onze korte u. Het Engelse sun laten rijmen op dun is het gevolg van Nederlandse oren.

      De West-Vlaamse u’s in die woorden zijn ontstaan door palatalisatie, iets wat in het Engels niet van toepassing is geweest. Kortom: alleen de spelling is hier een overeenkomst tussen het West-Vlaams en het Engels.

      – put, pit, pit
      – dun, dinne, thin
      – brug brigge bridge

      Al deze woorden hadden in het Oudengels nog een uu-klank. Die werd gespeld met een y – die dus niet verward werd met een i. Het was pytt, þynne, brycġ. De zogeheten ontronding van de uu-klank naar de i is pas in het Middelengels opgetreden en is dus niet van het Kustgermaans van 1000 jaar eerder geërfd. De uu/u-klank vind je juist ook terug in het Nederlands en het Duits (Pfütze, dünn, Brücke).

      De overeenkomst in die i-vormen als ‘pit’ tussen het Engels en het West-Vlaams is pas later ontstaan, op toevallige wijze. Invloed vanuit het vasteland is niet mogelijk. Voor invloed van die omvang, zo laat de geschiedenis in allerlei taalsituaties zien, zouden duizenden immigrerende sprekers nodig zijn geweest die geen u/uu-klank konden produceren en er daardoor maar een i van maakten. En laat het West-Vlaams nu juist wél een u- en uu-klank hebben.

      – zacht, zohte, soft
      Hier mist het West-Vlaams juist de f die het Engels en het Fries (sêft) hebben. Ironisch genoeg vind je juist in het landinwaartse Brabants vormen als zoft, onder andere in mijn moederdialect.

      Kortom, wanneer we de historische data bestuderen dan zien we dat de zaak veel ingewikkelder in elkaar zit dan de hedendaagse (soms ogenschijnlijke) overeenkomsten doen vermoeden.

      Ik kan u van harte het boek Historische fonologie van het Nederlands aanraden, hét standaardwerk op dit gebied, van de hand van Vlaming Jozef van Loon. Daarin is er uitgebreid aandacht voor de Kustgermaanse elementen in het Nederlands, de streektalen en de plaatsnamen. Ook de streektalen hebben een belangrijke rol waar relevant.

      Like

Plaats een reactie

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑