Drie geboortes van een Spaanse h

In de geschiedenis van het Spaans is er al drie keer een [h]-klank geboren en gestorven. De eerste ontstond en verdween in de voorvader van het Spaans, de tweede ontwikkelde zich in het Oudspaans, en nu krijgen regionale variëteiten van het Spaans de [h] voor een derde maal terug - en in sommige gebieden is... Lees verder →

Lord en lady: broodmensen

Sommige samenstellingen van woorden raken zo vergroeid dat er na eeuwen slijtage geen samenstelling meer in te herkennen is. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met de Engelse woorden lord en lady. Die stammen namelijk af van de Oudengelse samenstellingen hlāfweard en hlǣfdīġe. Hoe deze twee woorden zijn ontstaan, wat ze oorspronkelijk betekenden en hoe ze in... Lees verder →

Weg en wegen, schip en schepen

De meervoudsvorm van dag is dagen. In het meervoud wordt de a dus lang. Hetzelfde gebeurt bij weg en slot: wegen en sloten. In de meervoudsvorm van zak, bed en rok verandert de klinker daarentegen niet: zakken, bedden en rokken. Hoe komt het dat sommige woorden een lange meervoudsklinker hebben en andere niet? En waarom... Lees verder →

Apotheek, boetiek, bodega

De Nederlandse woorden apotheek, boetiek en bodega hebben dezelfde oorsprong. Alle drie komen ze namelijk van het Oudgriekse ἀποθήκη (apothēkē) 'opslagruimte'. Dat woord heeft een succesvolle carrière gehad. Eerst kwam het in het Latijn terecht en vervolgens kreeg het in de Romaanse dochtertalen nazaten. De nazaten boutique en bodega zijn uiteindelijk in veel talen ontleend.... Lees verder →

Ik-woorden: deel 2 – het Romaans

Het Franse je, het Italiaanse io, het Spaanse yo en het Portugese eu komen alle vier van het Latijnse woord egō 'ik'. In tegenstelling tot viertallen als cheval, cavallo, caballo en cavalo lijken de ik-woorden nauwelijks op elkaar, en waar je in het paardenkwartet nog duidelijk het Latijnse caballum ziet, heeft het ik-kwartet een stuk... Lees verder →

Ik-woorden: deel 1 – het West-Germaans

Dat ons woord ik verwant is aan het Engelse I en het Duitse ich, zal niemand verbazen. Er zijn ook overeenkomsten te zien met wat verdere familieleden, zoals het Noorse eg en het IJslandse ég. Stappen we de grens over naar het domein van de Romaanse talen, dan lijken we met heel andere woorden te... Lees verder →

Lamb en lam, koning en koninklijk

In het Nederlands noemen we een jong schaap een lam. Als zijn geestelijke capaciteiten teleurstellen, noemen we het ook dom. In het Duits is het dan een Lamm dat dumm is, en in het Engels een lamb dat dumb is. Al die woorden eindigen in de uitspraak op een /m/, maar in het Engels schrijf... Lees verder →

De ou en au, de ei en ij

Wie Nederlands leert lezen en schrijven, komt er niet onderuit: het verschil tussen ou en au en tussen ei en ij. In groep drie leerde ik welke woorden je met een 'otje-ou' schrijft en welke met een 'atje-au', en welke woorden een 'korte ei' hebben en welke een 'lange ij'. Dat was een hele opgave:... Lees verder →

Teekenen en loopen

Wie in de vorige jaren twintig naar school ging, leerde dat teekenen en loopen met een dubbele e en o geschreven werden. Werden de e en o in alle woorden dubbel gespeld? Nee: tegenover teekenen, deelen en beenen stonden rekenen, geven en eten. En loopen, oogen en boomen hadden twee o's, maar in stoken, noten... Lees verder →

Het oudste Frans

Hoe klonk het oudste Frans dat op papier is gezet? Samen met dr. Peter-Alexander Kerkhof, expert in onder andere het Oudfrans, heb ik een reconstructie gemaakt van de uitspraak van de oudste Franse tekst die is overgeleverd: de Eed van Straatsburg. Beluister de reconstructie in deze video. Onder de video geef ik een toelichting. https://youtu.be/hj14HliUHOQ... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑