Ik-woorden: deel 2 – het Romaans

Het Franse je, het Italiaanse io, het Spaanse yo en het Portugese eu komen alle vier van het Latijnse woord egō 'ik'. In tegenstelling tot viertallen als cheval, cavallo, caballo en cavalo lijken de ik-woorden nauwelijks op elkaar, en waar je in het paardenkwartet nog duidelijk het Latijnse caballum ziet, heeft het ik-kwartet een stuk... Lees verder →

De zeven Nederlandse gedaanten van ‘cadentia’

Sommige woorden zijn meer dan één keer in onze taal terechtgekomen. Ze zijn op verschillende momenten aan dezelfde taal ontleend, soms via een derde taal. Een voorbeeldpaar is zolder en solarium. Beide komen van het Latijnse sōlārium 'dakterras'. Zolder is al in de vroeg-Romeinse tijd aan het gesproken Latijn ontleend en is zo goed ingeburgerd dat... Lees verder →

Beleefdheid: slijtage en vervanging

Veel talen hebben naast een informele aanspreekvorm, zoals jij en tu, ook een beleefdheidsvorm, zoals u en vous. U-vormen gebruik je in formele situaties, tegenover iemand met een hogere status, tegenover vreemden van dezelfde of een hogere leeftijd, of om afstand te bewaren. Voor sprekers van het Nederlands en de Romaanse talen is dat de... Lees verder →

De x van faux, voix en prix

Typisch voor het Frans is de x op het eind van allerlei woorden: faux, voix, eux, beaux, prix. Hij wordt niet uitgesproken als /ks/, de klank van onze eigen letter x, en in de Latijnse woorden waar de Franse x-woorden vandaan komen, zat ook geen x: faux komt bijvoorbeeld van falsum (vals) en voix van... Lees verder →

Terugkrijgen wat je uitleent

Soms leen je iets uit wat je vervolgens jaren later in onherkenbare staat terugkrijgt. Dat is wat er gebeurt met terugontleningen: woorden die eerst ontleend worden door een andere taal en daar dan later uit terugkomen in de eigen taal. In de tussentijd kunnen ze qua vorm en betekenis heel wat veranderen. Neem het Middelnederlandse... Lees verder →

Huit, huile en huître

Het Franse woord huit (acht) komt net als het Spaans ocho, het Italiaanse otto en het Portugese oito van het Latijnse octō. Wat direct opvalt, is dat het Franse woord als enige met een h begint. Hoe komt huit aan die h? Medeklinkers uit vervlogen tijdenIn het Frans worden allerlei etymologische medeklinkers gespeld: medeklinkers die... Lees verder →

Een stal vol paardenwoorden

In de West-Germaanse talen hebben we aardig wat woorden voor paarden. Een deel daarvan komt rechtstreeks uit het Germaans, maar het meestgebruikte woord is uitgerekend afkomstig van het Latijn: paard. Vandaag bekijken we de woorden van dichtbij, met speciale aandacht voor henchman en maarschalk, die zijn afgeleid van paardwoorden en een interessante betekenisontwikkeling hebben doorgemaakt.... Lees verder →

Van trāns tot très

In sommige opzichten is het Frans een uitzondering onder de Romaanse talen. Neem het bijwoord van graad dat wij vertalen met zeer, heel of erg. De grote Romaanse talen gebruiken doorgaans het woord dat afstamt van het Latijnse multum (of multō), een bijwoordelijke vorm van multus (veel): heel goed is molto bene (Italiaans), muy bien... Lees verder →

Als woorden fuseren

Woorden als brunch en Brexit noemen we porte-manteaus. Het zijn bewuste fusies van twee woorden: brunch is een samenvoeging van breakfast en lunch, en Brexit bestaat uit Britain en exit. Daartegenover staan contaminaties: woorden die in de loop der tijd verhaspeld zijn - zónder opzet dus. Hier volgen drie verschillende gevallen van dergelijke fusies. Onder... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑