Rechtmatige erfgenamen

Het Franse musique, het Italiaanse subito, het Spaanse rosa - echte Romaanse woorden, toch? Intussen wel, maar eigenlijk zijn het Latijnse woorden in een dun Romaans schilletje. In tegenstelling tot woorden als faire, cinque en siesta zijn ze pas vrij laat in de Romaanse talen terechtgekomen. Het zijn namelijk geen erfwoorden maar leenwoorden die uit... Lees verder →

Dode woorden tot leven gewekt

Door de eeuwen heen verliezen talen woorden. Van een groot deel van de Latijnse woordenschat is in de Romaanse dochtertalen niets overgebleven. Basiswoorden als vir 'man', alius 'ander', equus 'paard', emere 'kopen' en cutis 'huid' zijn bijvoorbeeld verstoten door homō, alter, caballus, comparāre en pellis. In dit artikel doen we een gedachte-experiment: hoe zouden de... Lees verder →

Dubbelvormen in zes talen

Afgelopen week heb ik op mijn Twitter-account elke dag een lijstje met doubletten uit een andere taal gepubliceerd. Doubletten zijn etymologische dubbelvormen: woorden die op een andere manier in de taal terechtgekomen zijn, van elkaar verschillen in vorm en betekenis, maar dezelfde herkomst hebben - in dit geval een Latijns woord. In dit artikel toon... Lees verder →

De hel van het Oudfranse werkwoord

Wie Frans heeft geleerd, denkt misschien niet met de fijnste gevoelens terug aan de ingewikkelde werkwoordsvervoeging. Franse werkwoorden hebben een groot aantal verschillende vormen en er zijn ook nog eens heel wat werkwoorden met een onregelmatige tegenwoordige tijd. Denk aan vouloir 'willen' met je veux, venir 'komen' met je viens, en devoir 'moeten' met je... Lees verder →

Apotheek, boetiek, bodega

De Nederlandse woorden apotheek, boetiek en bodega hebben dezelfde oorsprong. Alle drie komen ze namelijk van het Oudgriekse ἀποθήκη (apothēkē) 'opslagruimte'. Dat woord heeft een succesvolle carrière gehad. Eerst kwam het in het Latijn terecht en vervolgens kreeg het in de Romaanse dochtertalen nazaten. De nazaten boutique en bodega zijn uiteindelijk in veel talen ontleend.... Lees verder →

Ik-woorden: deel 2 – het Romaans

Het Franse je, het Italiaanse io, het Spaanse yo en het Portugese eu komen alle vier van het Latijnse woord egō 'ik'. In tegenstelling tot viertallen als cheval, cavallo, caballo en cavalo lijken de ik-woorden nauwelijks op elkaar, en waar je in het paardenkwartet nog duidelijk het Latijnse caballum ziet, heeft het ik-kwartet een stuk... Lees verder →

Zon, soleil en helios: zonnewoorden

Ze heeft een doorsnee van bijna 1,4 miljoen kilometer en onze wereld past er 1,3 miljoen keer in. Ze zet elke seconde 700 miljoen ton waterstof om in helium, produceert zodoende per seconde evenveel energie als honderd miljard atoombommen van een megaton, en doet dat al 4,6 miljard jaar lang onafgebroken. Doordat ze ons precies... Lees verder →

De zeven Nederlandse gedaanten van ‘cadentia’

Sommige woorden zijn meer dan één keer in onze taal terechtgekomen. Ze zijn op verschillende momenten aan dezelfde taal ontleend, soms via een derde taal. Een voorbeeldpaar is zolder en solarium. Beide komen van het Latijnse sōlārium 'dakterras'. Zolder is al in de vroeg-Romeinse tijd aan het gesproken Latijn ontleend en is zo goed ingeburgerd dat... Lees verder →

De woorden van het gesproken Latijn

De Romaanse talen stammen af van het Latijn, maar niet van de schrijftaal die we kennen van Vergilius, Caesar, Ovidius en Cicero. De talen vinden hun oorsprong in het gesproken Latijn, een verzameling variëteiten van het Latijn die in het Romeinse Rijk gesproken werden. Het literaire Latijn en het gesproken Latijn waren in de periode... Lees verder →

‘Zijn’ in het Romaans: zitten, staan en zijn

De werkwoordsvormen ben, zijn en was lijken in de verste verte niet op elkaar. Hoe dat komt? Het koppelwerkwoord zijn is een mix van drie verschillende werkwoorden. Die vermenging heeft al voor de eerste bronnen plaatsgevonden: in het Germaans. Hier lees je er alles over. Ook in de Romaanse talen zijn de werkwoorden voor 'zijn'... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑