Stier, toro en de s-mobile

Ons woord stier heeft dezelfde oorsprong als het Spaanse toro. Ook smelten en het Engelse to melt gaan terug op hetzelfde woord, net als strot en throat. Wat hebben die drie woordparen gemeen? Een van de twee woorden heeft steeds een s- die in het andere ontbreekt. Over die wisselvallige s- gaat dit artikel. Reconstructie... Lees verder →

De hel van het Oudfranse werkwoord

Wie Frans heeft geleerd, denkt misschien niet met de fijnste gevoelens terug aan de ingewikkelde werkwoordsvervoeging. Franse werkwoorden hebben een groot aantal verschillende vormen en er zijn ook nog eens heel wat werkwoorden met een onregelmatige tegenwoordige tijd. Denk aan vouloir 'willen' met je veux, venir 'komen' met je viens, en devoir 'moeten' met je... Lees verder →

Apotheek, boetiek, bodega

De Nederlandse woorden apotheek, boetiek en bodega hebben dezelfde oorsprong. Alle drie komen ze namelijk van het Oudgriekse ἀποθήκη (apothēkē) 'opslagruimte'. Dat woord heeft een succesvolle carrière gehad. Eerst kwam het in het Latijn terecht en vervolgens kreeg het in de Romaanse dochtertalen nazaten. De nazaten boutique en bodega zijn uiteindelijk in veel talen ontleend.... Lees verder →

Nemen en komen: verloren zussen

Komen behoort tot de groep sterke werkwoorden waar ook nemen, stelen en breken in zitten. Hoe komt het dan dat het komen is en niet kwemen? *KwemanąPhilippa e.a. (2003-2009) stellen dat komen van het Proto-Germaanse *kwemaną komt - dat dus wél een e had. (De ą staat voor de nasale /ɑ̃/ die we ook in... Lees verder →

‘Zijn’ in het Romaans: zitten, staan en zijn

De werkwoordsvormen ben, zijn en was lijken in de verste verte niet op elkaar. Hoe dat komt? Het koppelwerkwoord zijn is een mix van drie verschillende werkwoorden. Die vermenging heeft al voor de eerste bronnen plaatsgevonden: in het Germaans. Hier lees je er alles over. Ook in de Romaanse talen zijn de werkwoorden voor 'zijn'... Lees verder →

Emmer: amphora en één-baar gekruist

Het ding dat we een emmer noemen, komt van het Latijnse amphora 'grote kruik'. Het zou nu eigenlijk *ammer hebben geheten, ware het niet dat onze verre voorouders hun fantasie erop hebben losgelaten. Hoe dat zit, vertel ik in dit artikel. Amphora en ampulHet Latijnse ámphora komt van het Oudgriekse ἀμφορεύς (amphoreús), een ingekorte vorm... Lees verder →

Weps en wesp, parole en palabra

Het stuk -drop in de plaatsnamen Vlodrop en Geldrop heeft niets met zwarte snoepjes te maken. Het komt namelijk van dorp. De o en de r zijn van plaats gewisseld. Zo'n verwisseling van twee klanken heet metathese. Vandaag kijken we naar vier verschillende vormen van metathese in de Germaanse en Romaanse talen. Geen wetMetathese is... Lees verder →

Goed en slecht

Goed en slecht, een van de hoofdtegenstellingen in elke taal. De woorden die de Germaanse en Romaanse talen voor deze woorden en voor hun trappen van vergelijking gebruiken, hebben een interessante geschiedenis. Sommige woorden werden meer dan tweeduizend jaar geleden al gebruikt in het Germaans en Latijn, andere zijn nadien ontstaan en hebben de oorspronkelijke... Lees verder →

Hoe de d in geschiedenis kwam

In het Middelnederlands hadden de woorden geschieden, spieden en bevrijden nog geen d. De d die er nu in zit, is het gevolg van hypercorrectie: een fout die ontstaat door angst voor een fout. Hoe is dat precies gegaan? In dit artikel leg ik het uit en vertel ik alles over een eigenschap die het... Lees verder →

Een eeuwigdurende strijd

Waar taal verandert, daar is strijd. En dan heb ik het niet over gemopper over zogenaamde taalverloedering; dat is een achterhoedegevecht. Nee, er is strijd tussen twee grote, drijvende krachten achter taalverandering: klankverandering en analogiewerking. De strijd heeft zelfs een eigen naam: Sturtevants paradox. Vandaag kijken we naar die paradox aan de hand van het... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑