Ik-woorden: deel 1 – het West-Germaans

Dat ons woord ik verwant is aan het Engelse I en het Duitse ich, zal niemand verbazen. Er zijn ook overeenkomsten te zien met wat verdere familieleden, zoals het Noorse eg en het IJslandse ég. Stappen we de grens over naar het domein van de Romaanse talen, dan lijken we met heel andere woorden te... Lees verder →

Emmer: amphora en één-baar gekruist

Het ding dat we een emmer noemen, komt van het Latijnse amphora 'grote kruik'. Het zou nu eigenlijk *ammer hebben geheten, ware het niet dat onze verre voorouders hun fantasie erop hebben losgelaten. Hoe dat zit, vertel ik in dit artikel. Amphora en ampulHet Latijnse ámphora komt van het Oudgriekse ἀμφορεύς (amphoreús), een ingekorte vorm... Lees verder →

Tweede, second en ander

Mijn vorige artikel ging over de woorden voor 'twee' en afleidingen daarvan in de Germaanse en Romaanse talen. Naar aanleiding daarvan deed me een gewaardeerde en trouwe lezer het goede idee aan de hand om ook een keer in te gaan op de bijbehorende rangtelwoorden. Bij dezen! Tweede, het Duitse zweite en het Friese twadde... Lees verder →

De geboorte van ‘het’

Het Nederlandse en Friese de, het Duitse der, die en het Engelse the zijn duidelijk familie, maar de onzijdige lidwoorden lijken heel wat minder op elkaar: het (Nederlands), it (Fries) en das (Duits). Waar komen die verschillen vandaan? Al deze Germaanse lidwoorden zijn ontstaan uit aanwijzende voornaamwoorden, maar de onzijdige vormen het, it en das... Lees verder →

Vriend, vijand en heiland

De woorden vriend en vijand zijn ontstaan als onvoltooid deelwoord, zoals ziend en vlijend. In de loop der tijd zijn ze versteend: we vatten ze niet meer op als werkwoordsvormen. Van welke werkwoorden komen ze? En als het deelwoorden zijn, hoe komt het dan dat vijand niet eindigt op -end maar op -and? Dat kom... Lees verder →

Van man tot mens

In het Proto-Germaans waren er twee woorden voor een man: *gumô en *weraz. Dat eerste woord is verwant aan het Latijnse homō en bestaat nu alleen nog in de samenstelling bruidegom - letterlijk dus bruidman. Het tweede woord, *weraz, is bewaard gebleven in weerwolf - letterlijk manwolf. De Latijnse neef van *weraz is vir, dat... Lees verder →

Heden en heute

Heden betekende oorspronkelijk op deze dag. Het eerste deel is een oud aanwijzend voornaamwoord, dat ook bewaard is in hij en hier. Het tweede deel is een restje van het woord dag. Heden had klankwettig - dat wil zeggen: volgens de verwachte klankveranderingen - huide moeten luiden. Huide heeft ook daadwerkelijk bestaan en is nog... Lees verder →

Waarom elf en niet eentien?

Hoe komt het dat we elf en twaalf zeggen en niet eentien en tweetien, zoals vijftien en negentien? Elf en twaalf zijn overblijfselen van een twaalftallig stelsel dat waarschijnlijk lang geleden een tijd is gehanteerd - mogelijk naast het tientallige stelsel. De oorspronkelijke betekenis van elf en twaalf is één-resteert en twee-resteert - als je... Lees verder →

Eerst en first

Hoe komt het dat het in het Nederlands eerste is en in het Engels first? Het Germaans had meerdere rangtelwoorden bij een, waaronder een woord dat oorspronkelijk vroegste betekende en een dat voorste betekende.

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑