Drie geboortes van een Spaanse h

In de geschiedenis van het Spaans is er al drie keer een [h]-klank geboren en gestorven. De eerste ontstond en verdween in de voorvader van het Spaans, de tweede ontwikkelde zich in het Oudspaans, en nu krijgen regionale variëteiten van het Spaans de [h] voor een derde maal terug - en in sommige gebieden is... Lees verder →

Lord en lady: broodmensen

Sommige samenstellingen van woorden raken zo vergroeid dat er na eeuwen slijtage geen samenstelling meer in te herkennen is. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met de Engelse woorden lord en lady. Die stammen namelijk af van de Oudengelse samenstellingen hlāfweard en hlǣfdīġe. Hoe deze twee woorden zijn ontstaan, wat ze oorspronkelijk betekenden en hoe ze in... Lees verder →

De hel van het Oudfranse werkwoord

Wie Frans heeft geleerd, denkt misschien niet met de fijnste gevoelens terug aan de ingewikkelde werkwoordsvervoeging. Franse werkwoorden hebben een groot aantal verschillende vormen en er zijn ook nog eens heel wat werkwoorden met een onregelmatige tegenwoordige tijd. Denk aan vouloir 'willen' met je veux, venir 'komen' met je viens, en devoir 'moeten' met je... Lees verder →

Oogst, augustus en de pluktijd

Het woord oogst gaat terug op hetzelfde woord als augustus: de Latijnse naam Augustus. In dit artikel vertel ik hoe dat precies zit. Je komt ook te weten wat het woord herfst, het Engelse to earn en het Friese earnje met dit thema te maken hebben. Verder maken we wat korte uitstapjes naar een aantal... Lees verder →

Apotheek, boetiek, bodega

De Nederlandse woorden apotheek, boetiek en bodega hebben dezelfde oorsprong. Alle drie komen ze namelijk van het Oudgriekse ἀποθήκη (apothēkē) 'opslagruimte'. Dat woord heeft een succesvolle carrière gehad. Eerst kwam het in het Latijn terecht en vervolgens kreeg het in de Romaanse dochtertalen nazaten. De nazaten boutique en bodega zijn uiteindelijk in veel talen ontleend.... Lees verder →

Ik-woorden: deel 2 – het Romaans

Het Franse je, het Italiaanse io, het Spaanse yo en het Portugese eu komen alle vier van het Latijnse woord egō 'ik'. In tegenstelling tot viertallen als cheval, cavallo, caballo en cavalo lijken de ik-woorden nauwelijks op elkaar, en waar je in het paardenkwartet nog duidelijk het Latijnse caballum ziet, heeft het ik-kwartet een stuk... Lees verder →

De zeven Nederlandse gedaanten van ‘cadentia’

Sommige woorden zijn meer dan één keer in onze taal terechtgekomen. Ze zijn op verschillende momenten aan dezelfde taal ontleend, soms via een derde taal. Een voorbeeldpaar is zolder en solarium. Beide komen van het Latijnse sōlārium 'dakterras'. Zolder is al in de vroeg-Romeinse tijd aan het gesproken Latijn ontleend en is zo goed ingeburgerd dat... Lees verder →

De woorden van het gesproken Latijn

De Romaanse talen stammen af van het Latijn, maar niet van de schrijftaal die we kennen van Vergilius, Caesar, Ovidius en Cicero. De talen vinden hun oorsprong in het gesproken Latijn, een verzameling variëteiten van het Latijn die in het Romeinse Rijk gesproken werden. Het literaire Latijn en het gesproken Latijn waren in de periode... Lees verder →

‘Zijn’ in het Romaans: zitten, staan en zijn

De werkwoordsvormen ben, zijn en was lijken in de verste verte niet op elkaar. Hoe dat komt? Het koppelwerkwoord zijn is een mix van drie verschillende werkwoorden. Die vermenging heeft al voor de eerste bronnen plaatsgevonden: in het Germaans. Hier lees je er alles over. Ook in de Romaanse talen zijn de werkwoorden voor 'zijn'... Lees verder →

Tweede, second en ander

Mijn vorige artikel ging over de woorden voor 'twee' en afleidingen daarvan in de Germaanse en Romaanse talen. Naar aanleiding daarvan deed me een gewaardeerde en trouwe lezer het goede idee aan de hand om ook een keer in te gaan op de bijbehorende rangtelwoorden. Bij dezen! Tweede, het Duitse zweite en het Friese twadde... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑