Weg en wegen, schip en schepen

De meervoudsvorm van dag is dagen. In het meervoud wordt de a dus lang. Hetzelfde gebeurt bij weg en slot: wegen en sloten. In de meervoudsvorm van zak, bed en rok verandert de klinker daarentegen niet: zakken, bedden en rokken. Hoe komt het dat sommige woorden een lange meervoudsklinker hebben en andere niet? En waarom... Lees verder →

Lamb en lam, koning en koninklijk

In het Nederlands noemen we een jong schaap een lam. Als zijn geestelijke capaciteiten teleurstellen, noemen we het ook dom. In het Duits is het dan een Lamm dat dumm is, en in het Engels een lamb dat dumb is. Al die woorden eindigen in de uitspraak op een /m/, maar in het Engels schrijf... Lees verder →

Emmer: amphora en één-baar gekruist

Het ding dat we een emmer noemen, komt van het Latijnse amphora 'grote kruik'. Het zou nu eigenlijk *ammer hebben geheten, ware het niet dat onze verre voorouders hun fantasie erop hebben losgelaten. Hoe dat zit, vertel ik in dit artikel. Amphora en ampulHet Latijnse ámphora komt van het Oudgriekse ἀμφορεύς (amphoreús), een ingekorte vorm... Lees verder →

Tweede, second en ander

Mijn vorige artikel ging over de woorden voor 'twee' en afleidingen daarvan in de Germaanse en Romaanse talen. Naar aanleiding daarvan deed me een gewaardeerde en trouwe lezer het goede idee aan de hand om ook een keer in te gaan op de bijbehorende rangtelwoorden. Bij dezen! Tweede, het Duitse zweite en het Friese twadde... Lees verder →

Beleefdheid: slijtage en vervanging

Veel talen hebben naast een informele aanspreekvorm, zoals jij en tu, ook een beleefdheidsvorm, zoals u en vous. U-vormen gebruik je in formele situaties, tegenover iemand met een hogere status, tegenover vreemden van dezelfde of een hogere leeftijd, of om afstand te bewaren. Voor sprekers van het Nederlands en de Romaanse talen is dat de... Lees verder →

De ou en au, de ei en ij

Wie Nederlands leert lezen en schrijven, komt er niet onderuit: het verschil tussen ou en au en tussen ei en ij. In groep drie leerde ik welke woorden je met een 'otje-ou' schrijft en welke met een 'atje-au', en welke woorden een 'korte ei' hebben en welke een 'lange ij'. Dat was een hele opgave:... Lees verder →

Hoe de d in geschiedenis kwam

In het Middelnederlands hadden de woorden geschieden, spieden en bevrijden nog geen d. De d die er nu in zit, is het gevolg van hypercorrectie: een fout die ontstaat door angst voor een fout. Hoe is dat precies gegaan? In dit artikel leg ik het uit en vertel ik alles over een eigenschap die het... Lees verder →

Een eeuwigdurende strijd

Waar taal verandert, daar is strijd. En dan heb ik het niet over gemopper over zogenaamde taalverloedering; dat is een achterhoedegevecht. Nee, er is strijd tussen twee grote, drijvende krachten achter taalverandering: klankverandering en analogiewerking. De strijd heeft zelfs een eigen naam: Sturtevants paradox. Vandaag kijken we naar die paradox aan de hand van het... Lees verder →

Terugkrijgen wat je uitleent

Soms leen je iets uit wat je vervolgens jaren later in onherkenbare staat terugkrijgt. Dat is wat er gebeurt met terugontleningen: woorden die eerst ontleend worden door een andere taal en daar dan later uit terugkomen in de eigen taal. In de tussentijd kunnen ze qua vorm en betekenis heel wat veranderen. Neem het Middelnederlandse... Lees verder →

Carlos, Dios, het Brabants en het Vlaams

De meeste Spaanse en Portugese mannennamen eindigen op een -o, net als veel andere mannelijke zelfstandige naamwoorden. Neem de namen Pedro, Rodrigo, Alfonso en naamwoorden als rio (rivier), gato (kat) en amigo (vriend). Daartegenover staan twee voornamen die daar een -s bij hebben: Marcos en Carlos, en in het Portugees ook Domingos. Ook de naam... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑