Tweede, second en ander

Mijn vorige artikel ging over de woorden voor 'twee' en afleidingen daarvan in de Germaanse en Romaanse talen. Naar aanleiding daarvan deed me een gewaardeerde en trouwe lezer het goede idee aan de hand om ook een keer in te gaan op de bijbehorende rangtelwoorden. Bij dezen! Tweede, het Duitse zweite en het Friese twadde... Lees verder →

Twijfel, tussen, twijg en twist: tweewoorden

Door de eeuwen heen kunnen nauwverwante woorden in vorm en betekenis zo veel van elkaar gaan verschillen dat we ze niet meer herkennen als familie. Dat is in de Germaanse én Romaanse talen gebeurd met een reeks afleidingen van het oerwoord voor 'twee'. In dit artikel vertel ik hoe die tweewoorden ontstaan zijn en hoe... Lees verder →

Maken, gemak, mak, makker, metselen, match en massa

Wat hebben maken, gemak, mak, makker, metselen, match en massa met elkaar gemeen? De woorden gaan alle terug op een woordstam die 'kneden, vormen' betekende. Klik op de afbeelding voor een woordboom. Die spreekt vandaag voor zich. In een Midden-Brabants gebied dat Tilburg, Reusel en Haaren omvat, bestaat ook het woord gemak in de betekenis... Lees verder →

Goed en slecht

Goed en slecht, een van de hoofdtegenstellingen in elke taal. De woorden die de Germaanse en Romaanse talen voor deze woorden en voor hun trappen van vergelijking gebruiken, hebben een interessante geschiedenis. Sommige woorden werden meer dan tweeduizend jaar geleden al gebruikt in het Germaans en Latijn, andere zijn nadien ontstaan en hebben de oorspronkelijke... Lees verder →

Liggen, leggen en lotgenoten

De werkwoorden liggen en leggen lijken verdacht veel op elkaar en hun betekenis is ook nog eens verwant: als je een boek ergens neerlegt, zorg je ervoor dat het daar komt te liggen. Die gelijkenis is geen toeval: leggen is een afleiding van liggen. Het mechanisme waarmee het ervan afgeleid is, vinden we bij nog... Lees verder →

Toen we nog verdubbelden

In het Bahasa Indonesia is een mens een orang en zijn meerdere mensen orang-orang. In het meervoud wordt het woord dus verdubbeld. De taalkundige naam van zo'n verdubbeling is reduplicatie. In het Nederlands hebben we ook gevallen van reduplicatie, zoals blabla, dingdong, tiktak en iets blauwblauw laten, maar zulke woorden verschillen van orang-orang. In het... Lees verder →

Weten is gezien hebben

Lang geleden was er eens een driekoppige Proto-Indo-Europese woordstam die zien betekende. Elke kop ging zijn eigen weg in de dochtertalen en kreeg nageslacht. Duizenden jaren later en tientallen taalgeneraties verder waren de kinderen van de kinderen van de driekoppige woordstam zo veel van elkaar gaan verschillen qua vorm en betekenis, dat ze bijna niet... Lees verder →

Een eeuwigdurende strijd

Waar taal verandert, daar is strijd. En dan heb ik het niet over gemopper over zogenaamde taalverloedering; dat is een achterhoedegevecht. Nee, er is strijd tussen twee grote, drijvende krachten achter taalverandering: klankverandering en analogiewerking. De strijd heeft zelfs een eigen naam: Sturtevants paradox. Vandaag kijken we naar die paradox aan de hand van het... Lees verder →

Us, ús, ons en uns

De Engelse woorden us en goose hebben geen n, net als ús en goes in het Fries. Ons en gans hebben er daarentegen wel een. En ook in de Engelse woorden mouth, other en tooth ontbreekt de n die wel in mond, ander en tand en in Mund, ander en Zahn zit. Daar zit een... Lees verder →

Eieren, eiers en eier

Ei is een van de weinige woorden die een meervoud op -eren hebben. Waar komt die bijzondere meervoudsuitgang vandaan? In dit artikel kijken we naar zijn herkomst en naar de meervoudsvormen in de andere West-Germaanse talen - waaronder de streektalen van Nederland en België. Een kleine onzijdige groepHet aantal woorden dat in het Standaardnederlands een... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑