Ik-woorden: deel 1 – het West-Germaans

Dat ons woord ik verwant is aan het Engelse I en het Duitse ich, zal niemand verbazen. Er zijn ook overeenkomsten te zien met wat verdere familieleden, zoals het Noorse eg en het IJslandse ég. Stappen we de grens over naar het domein van de Romaanse talen, dan lijken we met heel andere woorden te... Lees verder →

Lamb en lam, koning en koninklijk

In het Nederlands noemen we een jong schaap een lam. Als zijn geestelijke capaciteiten teleurstellen, noemen we het ook dom. In het Duits is het dan een Lamm dat dumm is, en in het Engels een lamb dat dumb is. Al die woorden eindigen in de uitspraak op een /m/, maar in het Engels schrijf... Lees verder →

Zon, soleil en helios: zonnewoorden

Ze heeft een doorsnee van bijna 1,4 miljoen kilometer en onze wereld past er 1,3 miljoen keer in. Ze zet elke seconde 700 miljoen ton waterstof om in helium, produceert zodoende per seconde evenveel energie als honderd miljard atoombommen van een megaton, en doet dat al 4,6 miljard jaar lang onafgebroken. Doordat ze ons precies... Lees verder →

Tweede, second en ander

Mijn vorige artikel ging over de woorden voor 'twee' en afleidingen daarvan in de Germaanse en Romaanse talen. Naar aanleiding daarvan deed me een gewaardeerde en trouwe lezer het goede idee aan de hand om ook een keer in te gaan op de bijbehorende rangtelwoorden. Bij dezen! Tweede, het Duitse zweite en het Friese twadde... Lees verder →

Twijfel, tussen, twijg en twist: tweewoorden

Door de eeuwen heen kunnen nauwverwante woorden in vorm en betekenis zo veel van elkaar gaan verschillen dat we ze niet meer herkennen als familie. Dat is in de Germaanse én Romaanse talen gebeurd met een reeks afleidingen van het oerwoord voor 'twee'. In dit artikel vertel ik hoe die tweewoorden ontstaan zijn en hoe... Lees verder →

Maken, gemak, mak, makker, metselen, match en massa

Wat hebben maken, gemak, mak, makker, metselen, match en massa met elkaar gemeen? De woorden gaan alle terug op een woordstam die 'kneden, vormen' betekende. Klik op de afbeelding voor een woordboom. Die spreekt vandaag voor zich. In een Midden-Brabants gebied dat Tilburg, Reusel en Haaren omvat, bestaat ook het woord gemak in de betekenis... Lees verder →

Was en waren – rotacisme 1

Aan sommige bijzonderheden zijn we zo gewend dat ze ons nauwelijks opvallen. Neem de werkwoordsvormen was en waren. Het enkelvoud heeft een s, terwijl het meervoud een r heeft. Zijn is het enige werkwoord waarvan de verleden tijd zich zo gedraagt; in las en lazen zit bijvoorbeeld geen r. Een r vinden we dan weer... Lees verder →

Weps en wesp, parole en palabra

Het stuk -drop in de plaatsnamen Vlodrop en Geldrop heeft niets met zwarte snoepjes te maken. Het komt namelijk van dorp. De o en de r zijn van plaats gewisseld. Zo'n verwisseling van twee klanken heet metathese. Vandaag kijken we naar vier verschillende vormen van metathese in de Germaanse en Romaanse talen. Geen wetMetathese is... Lees verder →

Goed en slecht

Goed en slecht, een van de hoofdtegenstellingen in elke taal. De woorden die de Germaanse en Romaanse talen voor deze woorden en voor hun trappen van vergelijking gebruiken, hebben een interessante geschiedenis. Sommige woorden werden meer dan tweeduizend jaar geleden al gebruikt in het Germaans en Latijn, andere zijn nadien ontstaan en hebben de oorspronkelijke... Lees verder →

Liggen, leggen en lotgenoten

De werkwoorden liggen en leggen lijken verdacht veel op elkaar en hun betekenis is ook nog eens verwant: als je een boek ergens neerlegt, zorg je ervoor dat het daar komt te liggen. Die gelijkenis is geen toeval: leggen is een afleiding van liggen. Het mechanisme waarmee het ervan afgeleid is, vinden we bij nog... Lees verder →

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑