Gered van een wisse dood

Klankveranderingen kunnen het woorden soms knap lastig maken. Compleet verschillende woorden kunnen namelijk hetzelfde gaan klinken. Dat gebeurde in het Oudfrans met de Latijnse werkwoorden necāre ‘doden; verdrinken’ en negāre ‘ontkennen’: door de klankveranderingen die optraden, veranderden ze allebei in noiier.

Dat werkwoord ging daardoor zowel ‘verdrinken’ als ‘ontkennen’ betekenen – vrij onhandig. In zulke gevallen delft na verloop van tijd vaak een van de betekenissen het onderspit. Maar dat is niet gebeurd. Ze zijn namelijk allebei gered doordat ze elk een eigen vorm kregen: noyer en nier. In dit artikel leg ik uit hoe dat zo is gekomen. Ik vertel hoe woorden kunnen samenvallen en wat talen doen om vervolgens verwarring te voorkomen. Dat doe ik aan de hand van onder andere Nederlandse voorbeelden.


Klankverandering en homofonie

Klankverandering

Klankverandering is in principe regelmatig. Dat wil zeggen: als klank X aan de wandel gaat, doet hij dat in principe in alle woorden. De Proto-Germaanse lange ū-klank (als in voeren), die bijvoorbeeld in de woorden *hūsan, *hlūdaz en *būkaz zat, is in het Nederlands via een lange uu-klank in de ui veranderd: huis, luid en buik. Voor een /r/ bleef de lange steken in de uu-fase: *sūraz werd bijvoorbeeld zuur. Klankverandering is immers ook afhankelijk van buurklanken.

Er zijn geen woorden waarin hij gewoon zijn oude Germaanse klank heeft behouden. Onze huidige oe-klank stamt van een heel andere Germaanse klinker af.

Boer en poes
Het woord boer komt van het Proto-Germaanse *būraz 'medebewoner'. Spreekt dat dan niet tegen wat ik hierboven heb gezegd? Nee: boer is een leenwoord uit een oostelijke streektaal waarin de ū geen uu is geworden. Onze "eigen" Nederlandse afstammeling van *būraz bestaat ook nog: buur. Boer heeft dus met een andere betekenis - aanvankelijk 'medebewoner van het platteland' - een plek gekregen naast buur.

Een ander voorbeeld is poes: in de 17e eeuw was dat nog puys, dat zich had ontwikkeld volgens de Nederlandse klankveranderingen, maar later is het verdrongen door het oostelijke poes.

Dit verschijnsel heet dialectontlening: taal 1 neemt een woord uit buurtaal 2 over, en dat kan dan de valse indruk geven dat het aan een klankverandering in taal 1 ontsnapt is. 

Een mogelijk gevolg van klankveranderingen is dat bepaalde klanken die voorheen verschilden, samenvallen. Om even bij onze eigen ui-klank te blijven: daarin zijn de Germaanse lange *ū en de tweeklank *iu (uitgesproken als /ieuw/) samengevallen. *Hlūdēnan werd luiden en þiudijanan werd duiden. Voor een /r/ werden ze allebei een uu: *sūraz werd zuur en *diurijaz werd duur.

Homofonie

Door de opgetreden klankveranderingen is luiden dus op duiden gaan rijmen, en zuur op duur. Soms blijft het echter niet bij rijm: hele woorden kunnen samenvallen. Ze worden dan dus homofoon (en als ze vervolgens ook hetzelfde gespeld worden, ook homoniem). Dat is bijvoorbeeld gebeurd met het woord weer. Dat betekent nu zowel ‘atmosferische gesteldheid’ als ‘opnieuw’ en dat komt doordat er twee compleet verschillende Germaanse woorden in zijn samengevallen.

Met een beetje goeie wil kun je zelfs zeven verschillende weer-woorden onderscheiden, die in het Proto-Germaans niet op elkaar leken:

Onhandig

De samenval van deze woorden zorgt niet voor onduidelijkheid: weer ‘atmosferische gesteldheid’ is een zelfstandig naamwoord, terwijl weer ‘opnieuw’ een bijwoord is. Je gebruikt ze dus op heel andere manieren in een zin.1

Toch kunnen homofonen en homoniemen problemen opleveren: de kans op verwarring kan te groot worden. Denk aan het fictieve scenario waarin het nepwoord kreel zowel ‘gek’ als ‘lieverd’ is gaan betekenen: “Meen je dat nu, kreel?”

Waarschijnlijk is dat de oorzaak geweest waardoor het Latijnse virum ‘man’ (familie van ons weer in weerwolf) uit alle Romaanse talen is verdwenen. Het viel namelijk samen met vērum ‘waar’. Een man kan weliswaar de ware zijn, maar de gelijkluidendheid is toch onhandig.

Viro
In Goddelijke Komedie van Dante Alighieri komt het woord viro 'man' voor. Is dat dan tóch een uitzondering op de regelmaat van klankveranderingen? Nee: het is rechtstreeks aan het geschreven Latijn ontleend. Het is alsof wij het Proto-Germaanse *weraz ineens weer zouden gaan gebruiken als *wer.

Doden en ontkennen

Het is tijd om naar de Franse woorden te gaan die de hoofdrol in dit stuk hebben: noyer ‘(iemand) verdrinken’ en nier ‘ontkennen’. Ze komen respectievelijk van de Latijnse woorden necāre ‘doden; verdrinken’ en negāre ‘ontkennen’, maar niet rechtstreeks: in het Oudfrans waren ze door klankveranderingen geheel samengevallen tot noiier.

Bedreiging

In het Latijn verschilden necāre ‘doden’ en negāre ‘ontkennen’ maar op één punt: het eerste woord had een [k]-klank en het tweede de [ɡ] van goal. In de meeste Romaanse talen kwam daar verandering in. Dat kwam doordat de [k] daar óók een [ɡ] werd als hij tussen klinkers stond. Vergelijk het Latijnse amīcum ‘vriend’, advocātum ‘advocaat’ en focum ‘vuur’ bijvoorbeeld met hun Spaanse nazaten amigo, abogado en fuego.

Het Frans is nog verder gegaan: van die [k] is in erfwoorden geen spoor meer te bekennen: ami, avoué en feu. Hetzelfde geldt voor de oorspronkelijke [ɡ]: augustum en ligare ‘verbinden’ zijn août en lier geworden. Met andere woorden: de [k] én de [ɡ] zijn tussen klinkers tot nul gereduceerd. Dat was al gebeurd vóór de overlevering van de eerste Oudfranse teksten.

Voor necāre en negāre was die verdwijning slecht nieuws. De enige medeklinker die ze uit elkaar hield, verdween immers. Daardoor vielen ze samen tot neiier (uitspraak: /neej-jer/), dat in later Oudfrans noiier werd (uitspraak: /noi-jer/). Dat werkwoord had dus twee betekenissen gekregen: ‘verdrinken’ (ontstaan uit ‘doden door middel van verdrinking’) en ‘ontkennen’.

Redding

Hoe kan het dat uit noiier nu toch twee verschillende werkwoorden zijn ontstaan, noyer en nier?

Klankverandering kan het antwoord niet zijn, want als woorden eenmaal zijn samengevallen, kunnen klankveranderingen ze niet opnieuw uit elkaar halen. Die “weten” immers niet dat de samengevallen woorden ooit verschilden. Neem onze ui: als mensen die anders uit gaan spreken, doen ze dat met alle ui’s en bijvoorbeeld niet alleen met die ui’s die in het Germaans een *iu waren. Kortom: noiier zou gewoon alleen in noyer zijn veranderd.

Twee stammen
Het antwoord zit in de vervoeging. Noiier was een van de vele Oudfranse werkwoorden met twee stammen: één beklemtoonde en één onbeklemtoonde stam. Sommige Franse werkwoorden hebben nog steeds zo’n stammenpaar, zoals venir ‘komen’ met elle vient, en mouvoir ‘bewegen’ met elle meut. De beklemtoonde stam van noiier was ni- en de onbeklemtoonde noi-. Het was dus noiier tegenover ele nie.

Veel Oudfranse werkwoorden met twee stammen hebben er door de eeuwen heen een ingeleverd. In het Oudfrans was het bijvoorbeeld se laver ‘zich wassen’ met ele se leve, maar nu is het gewoon elle se lave. De stam lev- kreeg concurrentie van lav- en werd er uiteindelijk door verdrongen. Er is een tijd geweest waarin ze nog naast elkaar bestonden: sommige mensen zeiden leve en andere mensen lave. (Wie weet werd daar destijds ook wel op gemopperd.)

Hetzelfde lot onderging noiier. Er waren mensen die ele nie zeiden maar ook die ele noie gingen gebruiken. Maar in plaats van nie te verdringen ging noie een eigen leven leiden: het ging puur en alleen ‘verdrinkt’ betekenen. Op zijn beurt hield nie alleen de betekenis ‘ontkent’ over. Mogelijk – maar daar zeggen mijn bronnen niets over – kwam dat doordat de stam ni- geassocieerd raakte met ne ‘niet’ en ni ‘noch; ook niet’.

Een eigen leven
Tot slot ontstond er bij de stam ni- ook een heel werkwoord: nier. De twee stammen waren nu dus geheel voor zichzelf begonnen. Het resultaat is noyer met elle noie tegenover nier met elle nie. De klankveranderingen waren onverbiddelijk geweest, maar het Frans heeft toch een manier gevonden om de twee werkwoorden opnieuw uit elkaar te halen.

Hieronder staan de ontwikkelingen in een overzicht. Daarna ga ik in een kader nog kort in op het Italiaans, Spaans en Portugees.

Annegare en anegar
Ook in het Italiaans, Spaans en Portugees zouden necāre en negāre homofonen zijn geworden, maar in die talen kwam de redding van een voorvoegsel: de woorden voor 'verdrinken' komen van het Proto-Romaanse *adnecāre, waarin het voorvoegsel ad-, dat gewoonlijk iets als '(ernaar)toe' betekent, in feite betekenisloos was. *Adnecāre veranderde in It. annegare, Sp. anegar en Po. anegar - en zo bleven de woorden onderscheiden van It. negare, Sp. negar en Po. negar.

Meer weten?

In dit artikel kom je meer te weten over verdwenen Latijnse woorden, zoals virum ‘man’.

Hier vertel ik alles over Oudfranse werkwoorden met verschillende stammen.


Voetnoten

  1. Weer3 en weer4 zullen ooit veel gebruikt zijn: wie praat er dikwijls over gesneden rammen en knoesten? Weer5 ‘ik hou tegen’ is een werkwoord, dus dat vaart in zijn eigen water (en hoe vaak gebruik je het in de ik-vorm?), weer6 bestaat alleen nog in bepaalde streektalen, en weer7 zit enkel nog in weerwolf.

2 gedachten over “Gered van een wisse dood

Voeg uw reactie toe

  1. Dank voor weer een interessant stuk! Dit helpt mij ook bij het verfijnen van de klank- en betekenisontwikkelingen van mijn eigen kunsttaal. (Korte aanvulling: komt het Franse jouer niet van ioc(ul)are?)

    Geliked door 1 persoon

    1. Leuk om te horen! 🙂
      En je hebt gelijk met ‘jouer’! Ik wilde eerst voor ‘iocāre’ met Sp. ‘jugar’ en Fr. ‘jouer’ gaan; uiteindelijk heb ik voor ‘advocātum’ gekozen, maar ik ben het Frans vergeten aan te passen. Gauw veranderd in ‘avoué’. Dank voor de oplettendheid!

      Like

Laat een reactie achter op jorrigvogels Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: