Een nieuwe toekomst

In de vijfde klas van het vwo gaf onze docente Frans ons een ezelsbruggetje voor het leren van de vormen van de toekomende tijd. Ze vertelde dat die lijken op een combinatie van het hele werkwoord met avoir (hebben). In elle chanterai (ze zal zingen) en elles chanteront (ze zullen zingen) zitten dus chanter (zingen) en de vormen a (heeft) en ont (hebben).

Zo werkt het ook in andere Romaanse talen, zoals het Italiaans, het Spaans en het Portugees. Is dat toeval? Zeker niet. In dit artikel vertel ik hoe die Romaanse talen aan hun toekomende tijd zijn gekomen en welke rol het werkwoord hebben daarbij heeft gespeeld.

Een ondoorzichtig systeem
Voordat we naar de Romaanse toekomende tijd gaan, moeten we even terug naar het Latijn van de eerste eeuw voor Christus. In het klassieke Latijn, de gecultiveerde literatuurtaal, zijn er vijf groepen werkwoorden. Hoe de toekomende tijd gemaakt wordt, hangt af van de groep. Een beknopt overzicht:

Sommige vormen zitten aardig dicht bij die van de tegenwoordige tijd in de rechterkolom. Daarnaast hebben de werkwoorden esse (zijn) en posse (kunnen) onregelmatige vormen die geen van bovenstaande patronen volgen: erit (ze zal zijn) en poterit (ze zal kunnen). Dat alles maakt het systeem vrij gecompliceerd. Bedenk dat wij in het Nederlands gewoon bij elk werkwoord de hulpwerkwoorden zullen en gaan kunnen gebruiken.

Roet in het gecompliceerde eten
Klankveranderingen kunnen werkwoordsvervoegingen op losse schroeven zetten. Door klankveranderingen kunnen vormen namelijk hetzelfde gaan klinken, wat niet handig is. Het is precies wat er in het gesproken Latijn van de eerste eeuw na Christus begon te gebeuren, het Proto-Romaans. Er vonden twee veranderingen plaats die roet in het eten van de toekomende tijd gooiden.

Ten eerste viel de onbeklemtoonde korte e (/ɛ/ als in pet) samen met de onbeklemtoonde korte i (die in de spreektaal voorheen had geklonken als [i̞], ongeveer als onze /ɪ/ in pit): ze gingen allebei klinken als de /e/ die je bijvoorbeeld in het Franse révolution hoort. Inscripties laten zien dat mensen ze in de spelling verhaspelden, zoals Nederlandstaligen de ij en de ei weleens verwarren. We vinden bijvoorbeeld lebes voor levis (licht) en avetat voor habitat (woont). Deze samenval had gevolgen voor de toekomende tijd. Hij zorgde er namelijk voor dat vormen als dīcet (ze zal zeggen) en dīcit (ze zegt) in de gesproken taal niet meer te onderscheiden waren. (Beider uitspraak werd [diːkʲet].)

Een tweede onfortuinlijke samenval was die van de b en de v. Oorspronkelijk klonk de b als onze /b/ van baai, en de v als de Engelse /w/ van wine, maar in de eerste eeuw vielen ze tussen klinkers samen tot een /β/, een medeklinker die voor Nederlandse oren tussen een b en een w in zit. De eerdere voorbeelden illustreerden die samenval al: er wordt lebes voor levis geschreven en vice versa avetat voor habitat. Voor de toekomende tijd was deze samenval onhandig: cantābit (ze zal zingen) klonk voortaan hetzelfde als cantāvit (ze heeft gezongen).

Oplossingen: willen en moeten
Klankveranderingen hadden de toekomende tijd dus nog problematischer gemaakt. In het Proto-Romaans ontstond daardoor de behoefte aan duidelijkere manieren om de toekomende tijd uit te drukken. Er kwamen verschillende oplossingen. In wat volgt, hanteer ik gereconstrueerde Proto-Romaanse vormen.

Een van de oplossingen was het gebruik van het hulpwerkwoord volēre (willen). Mensen gingen bijvoorbeeld volet cantāre zeggen, letterlijk ze wil zingen. Vergelijk de Engelse toekomende tijd she will sing, die op een vergelijkbare manier is ontstaan. In Oost-Romaanse talen is dat gebruik de standaard geworden. In het Roemeens zeg je bijvoorbeeld va cânta.

Op het eiland Sardinië gebeurde er iets anders: daar kwam onder andere het werkwoord dēbēre (moeten) in gebruik: dēbet cantāre, letterlijk ze moet zingen. In het hedendaagse Sardijns is dēbet cantāre veranderd in depet cantáre. (Ja, het Sardijns is erg weinig veranderd.) Ook in Latijnse teksten in het hedendaagse Frankrijk zijn dergelijke constructies aangetroffen, wat laat zien dat ze niet exclusief Sardijns waren. Vergelijk dat moeten-hulpwerkwoord overigens met ons eigen zullen, dat in het Germaans moeten betekende (en in zinnen als Zal ik de dokter bellen? nog steeds).

In de andere Romaanse standaardtalen en minderheidstalen heeft een andere oplossing voet aan de grond gekregen: habēre (hebben) plus het hele werkwoord.

Hebben te
Al in het klassieke Latijn van Cicero kom je habēre-constructies tegen. Daarin heeft habēre de betekenis moeten. Dat gebruik is goed te vergelijken met Nederlandse constructies met hebben te:
(1a) Hij had veel te zeggen.
(1b) Je hebt het maar te doen!
(1c) Ik heb nog vier wassen te draaien.
Een voorbeeld uit Cicero’s Acadēmicae Quaestiōnēs 21:
(2) De (…) somniīs quid habēmus dīcere? (Wat moeten we over dromen zeggen?)
Ook later, in de Latijnse bijbelvertaling die de Vulgaat wordt genoemd (eind vierde eeuw n.C.), komt dat gebruik voor (Lucas 7:40):
(3) Simōn, habeō tibi aliquid dīcere. (Simon, ik moet je iets vertellen.)

Al in de derde eeuw na Christus vinden we ook gevallen waarin habēre alleen zullen kan betekenen en die de gesproken taal weerspiegelen. In de volgende zinnen wordt de toekomende tijd bijvoorbeeld duidelijk tegenover de verleden en tegenwoordige tijd gezet:
(4) (…) dīcentēs rēs aut factās esse aut habēre fierī. (En ze zeggen dat de dingen ofwel gedaan zijn ofwel gedaan zullen worden.) (Sacerdos, Ars Grammatica.)
(5) Cod estis fuī en quod sum essere abētis. (Wat jullie zijn, was ik, en wat ik ben, zullen jullie zijn.) (Diehl 1961: 3865) (De klassieke vormen waren overigens esse habētis.)

Aanvankelijk was habēre nog gewoon een hulpwerkwoord, maar uiteindelijk smolt het samen met het hele werkwoord tot één vorm.2 Zo ontstond een nieuwe werkwoordstijd. Zo’n proces heet grammaticalisatie. Hieronder kijken we hoe de samensmelting verliep.

Een versleten hulpwerkwoord
Woorden die veel worden gebruikt, slijten harder dan andere. Dat gold ook voor het frequente werkwoord habēre. Door slijtage werden zijn vormen sterk gereduceerd. (De uitspraak van de /h/ was trouwens al in de tijd van Cicero een zeldzaamheid.)

In de nieuwe toekomende tijd ging de reductie nog iets verder: het stuk aβ- viel weg in de twee meervoudsvormen. Verder bleven de vormen gelijk aan die van het losstaande werkwoord. In de zevende eeuw vinden we in een Latijnse tekst de vorm daras (je zult geven). In de oudste Franse tekst, uit de negende eeuw, treffen we de vormen salvarai (ik zal bijstaan) en prindrai (ik zal nemen) aan.4

Ook het hele werkwoord wordt in bepaalde gevallen gereduceerd: tegenover het Spaanse decir (zeggen) staat bijvoorbeeld de stam dir-: dirá. En in het Frans klinkt chanter- in chantera als chantr-.

In onderstaand schema kun je de toekomende tijd van de vier grootste Romaanse talen met de hebben-werkwoorden vergelijken. Daarna ga ik in op het Portugees, dat een bijzondere eigenschap bewaard heeft.

Negeer de letter h, die niets met de uitspraak te maken heeft, en de accenten, die er puur staan voor de klemtoon. In het Portugees is het hebben-werkwoord haver zeldzaam geworden; ook in het Spaans is het gebruik mettertijd beperkter geworden.

Samengesmolten – of toch niet helemaal?
In het Frans, Italiaans en Spaans5 zijn de hebben-werkwoordsvormen geheel samengesmolten met het hele werkwoord. Er is geen speld meer tussen te krijgen. In het Portugees is dat niet helemaal waar. Onbeklemtoonde persoonlijke voornaamwoorden, clitica genaamd, kunnen nog altijd tussen het hele werkwoord en de uitgang geplaatst worden. Dat wordt mesoclisis genoemd:
(6) Cantar-te-á uma canção. (Ze zal een lied voor je zingen.)
(7) Dir-lhe-ei o que penso. (Ik zal hem zeggen wat ik denk.)

Bij ‘nog altijd’ moet ik wel een kanttekening plaatsen: mesoclisis is de standaard in de schrijftaal maar geldt als zeer formeel in de spreektaal. Cantar-te-á (ze zal voor je zingen) wordt gewoonlijk vervangen door vai-te cantar (ze gaat voor je zingen). Met de Braziliaanse politicus Michel Temer is vaak de spot gedreven omdat hij erom bekendstaat dat hij nog wél mesoclisis gebruikt als hij praat. Daar zijn zelfs YouTube-video’s, krantartikelen en memes over gemaakt (zoals in tweeën gescheurde Temers en foto’s met teksten als impichar-me-ão? (gaan jullie me impeachen?).6

De toekomst van de toekomst: verversing
Toekomendetijdvormen als elle chantera zijn dus ontstaan als heldere vervangers van eerdere vormen. Maar intussen, zo’n tweeduizend jaar na hun geboorte, beginnen ze zélf vervangen te worden in veel Romaanse talen. Er vindt dus een nieuwe verversingsronde plaats.

In het Italiaans staat de toekomende tijd nog sterk. In plaats van canterà kun je de tegenwoordige tijd canta gebruiken, maar die vormt geen bedreiging. In het Frans, Spaans en Portugees is het een ander verhaal. Daar zijn nieuwe constructies ontstaan met het werkwoord dat gaan betekent, in het Spaans in combinatie met a (te):
(8a) Frans: Elle va chanter.
(8b) Spaans: Va a cantar.
(8c) Portugees: Vai cantar.

Voor zover ik de talen ken, komen deze gaan-constructies in de spreektaal meer voor dan de eigenlijke toekomendetijdvormen. Uit het informele Braziliaans-Portugees is de toekomende tijd zelfs nagenoeg verdwenen.

De conditionalis: iets meer hoop
Naast de zogenoemde tegenwoordige toekomende tijd ontstond in de Romaanse talen ook de verleden toekomende tijd, die vaak de conditionalis genoemd wordt. Ze zou zingen zou je in het Italiaans vertalen als canterebbe (van cantāre habuit), in het Frans als chanterait, in het Spaans als cantaría en in het Portugees als cantaria (alle drie van cantāre habēbat). Die werkwoordstijd lijkt iets sterker te staan dan de toekomende tijd, al komen omschrijvingen met het gaan-werkwoord – vooral als het gaat om de toekomst gezien vanuit het verleden – ook veel voor in de laatste drie talen: elle allait chanter, ia a cantar, ia cantar. Vaak wordt ook gewoon de verleden tijd gebruikt, zoals in het Portugees:
(9) Se viesse, estava muito feliz (i.p.v. estaria). (Als hij zou komen, zou ik erg blij zijn.)
In de gevallen waarin de conditionalis een modale betekenis heeft, zoals bij ons in constructies als ik zou willen, staat hij wat sterker. Denk aan vormen als je voudrais (Frans), querría (Spaans) en gostaria (Portugees).

Tot slot
In onderstaande afbeelding is de ontwikkeling van de toekomende tijd samengevat:

  1. De Latijnse zinnen komen uit Alkire & Rosen (2010).
  2. In het Sardijns bestaat naast de besproken moeten-constructie ook een constructie met het werkwoord voor hebben, maar die verschilt van die van de andere Romaanse talen: at a cantáre (van habet ad cantāre) vs. Italiaans canterá. Het Portugees en het Spaans hebben naast de toekomende tijd ook de constructie ha de cantar (van habet dē cantāre), die wat het Portugees betreft in Portugal gebruikelijker is dan in Brazilië.
  3. Deze vorm komt uit een stuk van Pseudo-Fredegarius (zevende eeuw) over de oorlog tussen keizer Justinianus en de Perzen. In een anekdote wordt verteld dat de Perzische koning zijn territorium niet aan Rome wilde afstaan en daarom zei: Non dabo (ik zal het niet geven). Justinianus zou hebben geantwoord: Daras (je zult het geven), en dat was meteen de verklaring voor de naam van het dorp Daras, waar het gesprek plaatsvond. Het feit dat de schrijver ervoor koos om daras te schrijven en niet dare habes, lijkt erop te wijzen dat hij de Romaanse toekomendetijdvorm voldoende vond afwijken van dare habes om hem te spellen als het samengetrokken daras. (Kerkhof, P.A. (2018). Language, law and loanwords in early medieval Gaul: language contact and studies in Gallo-Romance phonology, p. 89, geraadpleegd op https://scholarlypublications.universiteitleiden.nl/handle/1887/66116)
  4. Beluister de vormen in deze video en zie verder het bijbehorende artikel:
    https://youtu.be/hj14HliUHOQ
    https://taalaandewandel.wordpress.com/2021/02/13/het-oudste-frans/
  5. In het Spaans bestond mesoclisis nog tot in de zestiende eeuw.
  6. O.a. deze video’s en artikelen (in het Portugees):
    https://www.youtube.com/watch?v=VHLyEUDRP9w
    https://www.youtube.com/watch?v=FP0WWMrOV7M
    http://g1.globo.com/sao-paulo/noticia/2016/09/apos-memes-temer-diz-que-nao-vai-usar-mais-mesoclise.html
    https://novaescola.org.br/conteudo/5026/a-mesoclise-de-temer-e-um-instrumento-de-exclusao
    Zoek voor memes op michel temer mesoclise.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak een website of blog op WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: